Praat mee: Hoe hoger het schooladvies, hoe beter? Wat vind jij?
In dit artikel:
Sinds gisteren kunnen ouders hun kinderen opnieuw inschrijven voor het voortgezet onderwijs, en daarmee laait de jaarlijkse discussie over het juiste schoolniveau weer op. De afgelopen jaren lag de nadruk vooral op het bestrijden van onderadvisering: de Onderwijsinspectie toonde aan dat meisjes, plattelandsleerlingen en kinderen met een migratieachtergrond vaak een lager advies kregen dan hun prestaties rechtvaardigden. Als reactie kreeg de doorstroomtoets meer gewicht, waardoor het voorlopige basisschooladvies ondergeschikt werd aan de testscore.
Scholen waarschuwen nu dat het systeem doorslaat: waar vroeger te laag werd geadviseerd, zien zij steeds meer overadvisering onder invloed van ouders. Afstromen naar een lager niveau treft kinderen hard — het werkt demotiverend en schaadt het zelfbeeld — en scholen noemen welzijn belangrijker dan het zo hoog mogelijk plaatsen van leerlingen. Uit DUO-onderzoek (2019) blijkt dat veel ouders blijven denken dat hoger gelijkstaat aan beter, en in regio’s met veel hoogopgeleide ouders komt het “opplussen” van adviezen vaker voor, volgens cijfers van de PO-Raad. Ouders investeren ook in bijlessen om een hoog advies te behouden.
In Kennemerland en Haarlemmermeer zijn scholen gestart met de campagne #kiesmetjehart om ouders te wijzen op het belang van een passend, niet per se het hoogste advies. Scholen zeggen dat, als alle extra ondersteuning onvoldoende blijkt en het welzijn van de leerling in het geding komt, het verstandig is van niveau te wisselen.