Powell in de beklaagdenbank: hoe ver durft Trump te gaan?
In dit artikel:
De Amerikaanse minister van Justitie heeft Fed-voorzitter Jerome Powell gedagvaard voor een grand jury in verband met een forse overschrijding van de verbouwingskosten van het Fed-gebouw. Wat in 2022 op 1,6 miljard dollar begroot was, blijkt ruim een half miljard dollar hoger uit te vallen. Justitie onderzoekt of Powell vorig jaar juni tegenover een Senaatscommissie de waarheid heeft gesproken; de grand jury moet bepalen of er voldoende bewijs is voor een strafrechtelijke zaak.
Powell publiceerde zondag een videoboodschap waarin hij de dagvaarding afdoet als een politiek instrument om de centrale bank onder druk te zetten de rente te verlagen. Hij ziet de stap als ongekend en plaatst die in de bredere context van wat hij beschrijft als aanhoudende dreigementen van de regering. President Trump dringt al maanden aan op lagere rentes om de korte termijn‑groei te stimuleren met het oog op de tussentijdse verkiezingen, iets waar de Fed terughoudend in is omdat te ruime monetaire politiek de inflatie kan aanwakkeren. De Fed verlaagde de rente recentelijk driemaal tot circa 3,5 procent; Trump wil rond de 2 procent, maar Powell weigert zich daartoe te laten dwingen.
Naast Powell zette Trump ook Fed‑bestuurder Lisa Cook op straat, met het argument dat zij documenten vervalst zou hebben om een gunstige hypotheek te verkrijgen. Cook is in beroep gegaan; haar zaak wordt binnen twee weken bij het Hooggerechtshof behandeld. Pogingen om Powell te laten vertrekken zijn tot nu toe mislukt; zijn voorzitterschap loopt dit voorjaar af, maar hij kan als bestuurder tot 2028 blijven.
In zowel financiële kringen als in het Congres klinken zorgen over de politieke druk. Republikeinse senatoren als Thom Tillis en John Thune waarschuwen dat de onafhankelijkheid van de Fed en de geloofwaardigheid van het ministerie van Justitie op het spel staan, en benadrukken dat monetair beleid vrij van directe politieke inmenging moet blijven.