Pottenbakker Taras Snizjkovsky ontvlucht de Donbas, maar neemt zijn klei mee. 'Als ik nu niet vertrek, verlies ik alles wat ik heb'

maandag, 15 juni 2026 (03:31) - Het Parool

In dit artikel:

De pottenbakkerij van Taras Snizjkovsky, een van de laatste ambachtelijke makers in Slovjansk, moet verhuizen nu Russische troepen hun aanval op de stad hebben geïntensiveerd. Snizjkovsky (32) besloot weg te gaan nadat in maart een neergehaald afweerdroononderdeel een gat in het werkplaatsdak sloeg en eind april een raketinslag het dak van een naburige textielfabriek verbrijzelde. Die incidenten en de aanwezigheid van een grote, hete oven in zijn loods maakten duidelijk dat blijven te riskant was.

Slovjansk is historisch gezien het centrum van de Oekraïense keramiekindustrie: sinds de 19e eeuw wordt er uit de lokale witte klei tegels en huishoudelijk aardewerk gewonnen en in de Sovjettijd produceerden enorme fabrieken hier massaal serviesgoed. Veel van die grote bedrijven zijn na de val van de Sovjet-Unie verdwenen en de oorlog in de Donbas sinds 2014 heeft de sector verder uitgehold; inmiddels zijn de fabrieken rond Slovjansk vrijwel allemaal verwoest en de wegen beschermd met netten tegen drones.

Snizjkovsky runde een kleine pottenbakkerij waar hij met ovens, gipsmallen en mengmachines souvenirkeramiek maakte: bloemrijke vazen, konijnenspaarpotten en kleurrijke mandjes. Hij verkocht vooral binnen Oekraïne en exporteerde naar buurlanden. Toen de veiligheidssituatie verslechterde, ging hij een praktische berekening te lijf: vergelijkbare klei is in Duitsland verkrijgbaar, maar tegen een veel hogere prijs. Toch koos hij voor evacuatie en behoud van grondstoffen: acht vrachtwagens vervoerden zo’n zestig ton Slovjanska klei en apparatuur naar Tsjerkasy in centraal Oekraïne; dat is voldoende voor ongeveer een jaar productie. Minimaal zes van zijn vijftien medewerkers besluiten met hem mee te verhuizen; hij wil de operatie de komende weken uitbreiden.

De verhuizing combineert economisch realisme met emotie. Snizjkovsky gebruikt sociale media om zijn voortgang te delen, nieuwe klanten te vinden en morele steun te krijgen. Op zijn producten promoot hij de herkomst — “geproduceerd in het onoverwinnelijke Slovjansk” — en past hij het aanbod aan: waar oostelijke klanten vaak rozen wilden, vragen nieuwe afnemers om zonnebloemmotieven. Zijn plannen omvatten ook educatie: hij droomt van pottenbakkersworkshops in Tsjerkasy en een veiligere schoolgang voor zijn vijfjarige dochter.

De verhuisoperatie illustreert hoe een eeuwenoud lokaal ambacht door oorlog gedwongen zoekt naar overlevingsroutes — het materiële erfgoed (de klei, ovens en mallen) verplaatst zich en probeert op andere grond weer voet aan de grond te krijgen, terwijl de toekomst van Slovjansk als keramiekstad onzeker blijft.