Portugal Kiest. Linkse land rukt naar rechts?

maandag, 29 december 2026 (18:44) - Nijmans Nieuwsbriefje

In dit artikel:

Op zondag 10 maart gaan Portugezen naar de stembus nadat het derde kabinet van socialistisch premier António Costa voortijdig viel. De val werd veroorzaakt door een stapeling van schandalen rond de nationale vliegmaatschappij TAP, omkoping, gestolen laptops en het oneigenlijk inzetten van inlichtingendiensten — kwesties die het vertrouwen in de politiek hebben aangetast. Portugal viert dit jaar vijftig jaar democratie, maar de gebeurtenissen tonen dat de politieke praktijk nog regelmatig haperingen kent.

De politieke scène oogt tamelijk saai en afstandelijk voor veel burgers; voorbijgangers en radio-inbellers lijken eerder gelaten dan gepassioneerd. In die eentonigheid springt één figuur eruit: André Ventura, leider van de conservatief-populistische partij Chega. Chega groeide in korte tijd uit tot de derde partij van het land en haalt vooral stemmen in rurale gebieden zoals de Algarve en Alentejo en in steden met teleurgesteld traditioneel links werkvolk, zoals Setúbal. Peilingen laten zien dat de partij onder jongeren relatief populair is — in sommige leeftijdsgroepen tot een kwart van de stemmen — en dat ze kiezers weghaalde bij centrumrechtse partijen als PSD en CDS.

Chega profileert zich met traditionele conservatieve standpunten: tegen abortus, euthanasie en het homohuwelijk, al telt de partij opvallend genoeg ook homoseksuele aanhangers. De partij is streng op immigratie richting bepaalde groepen, maar niet per se tegen alle vluchtelingen: zo is er weinig weerstand tegen Oekraïense vluchtelingen, wél tegen migranten uit overwegend islamitische landen. Tegelijk is islam als politiek thema weinig relevant in Portugal — het land telt een zeer kleine moslimbevolking en veel Portugezen wonen buiten het moederland — waardoor anti-islamretoriek geen massale electorale motor is. Een illustratief incident: het vissersdorp Fuseta schrok van de geplande komst van honderden Syrische vluchtelingen, maar die weigerden uiteindelijk naar Portugal te komen wegens cultuurverschillen en teleurstelling in de voorzieningen.

Chega onderhoudt persoonlijke en ideologische banden met Europese rechts-populistische leiders zoals Geert Wilders en Viktor Orbán en voert ook een uitgesproken pro-Israëlbeleid, waaronder de eis om de Portugese ambassade naar Jeruzalem te verplaatsen. Toch heeft de partij nog geen lokale machtsposities zoals burgemeesterschappen verworven.

Het publieke debat kent andere opvallende kenmerken: onderwerpen die in Nederland en andere landen prominent zijn — denk aan ‘wokisme’, genderdebatten of Black Lives Matter — spelen in Portugal nauwelijks een rol in campagnes en media. De nationale trots rond de ontdekkingsreizen en het koloniale verleden wordt breed gekoesterd en wordt door de staat en publieke ceremonies regelmatig verheerlijkt. Tegelijk ontbreekt er weinig erkenning of collectieve spijt over de duistere kanten van dat verleden; herstelbetalingen of grootschalige excuses staan niet op de agenda.

De verkiezingen worden in dit artikel geschetst door twee Zuid-Europeinse waarnemers die het politieke klimaat op humoristische, soms cynische wijze beschrijven: van het lichte mediaprogramma Portugal em Direto tot de speciale vuilnisbakken voor goedkope leesbrillen die illustreren hoe weinig sommige thema’s resoneren met klassieke politieke issues. Conclusie: Portugal bevindt zich in een fase van politieke onrust en vernieuwing, waarin populistische alternatieven terrein winnen terwijl veel kiezers ogenschijnlijk onverschillig blijven — een situatie die de uitkomst van de verkiezingen extra bepalend maakt voor het verdere politieke evenwicht.