Popmuziek uit de jaren 90 en 2000 is terug. Radio-dj's Annemieke (39) en Jorien (35) weten waarom
In dit artikel:
Popmuziek uit de jaren negentig en vroege jaren 2000 geniet momenteel een duidelijke revival: boybands en meidengroepen van toen vullen weer podia in Nederland en Europa en verkopen massaal kaartjes. Artiesten als Backstreet Boys, Westlife, Sugababes, K3, K-otic en zelfs lokale acts uit Starmaker-tijd trekken volle zalen of grote publieksaantallen; voorbeelden zijn zeven van tien uitverkochte shows van de Backstreet Boys in de Merkur Spiel-Arena in Düsseldorf, razend populaire K3-shows (voor 48 concerten in Rotterdam en Antwerpen werden naar schatting zo’n 700.000 kaarten verkocht) en snel uitverkochte data in de Ziggo Dome voor Westlife. Tegelijkertijd laten successen ook wisselend resultaat zien: Five verkoopt bijvoorbeeld niet uit en The Pussycat Dolls moest delen van hun Amerikaanse tour annuleren wegens tegenvallende verkoop.
Twee radio-dj’s uit Groningen en Emmen — Annemieke Wellin en Jorien Renkema — illustreren de aantrekkingskracht persoonlijk: zij programmeren en reizen naar optredens omdat de muziek hen terugbrengt naar de periode waarin ze opgroeiden. Wellin presenteert wekelijks een programma over pop uit 2000–2009 en heeft haar liefde voor de decennia zelfs laten vereeuwigen met een tatoeage van oude geluidsdragers. Renkema, die zelf als tiener uit een eenvoudig gezin geen buitenlandse concerten kon bezoeken, kocht later kaartjes en vliegtickets om alsnog naar een Spice Girls-show te gaan.
Die individuele verhalen sluiten aan op psychologisch onderzoek: Douwe Draaisma, emeritus-hoogleraar, legt uit dat de muziek uit iemands jeugd een blijvende aantrekkingskracht heeft omdat die periode mede vormgevend is voor identiteit en vaak geassocieerd wordt met minder verantwoordelijkheden en een vrijere tijd. De combinatie van emotie en herkenbaarheid maakt dat millennials (geboren 1981–1996) nu, vaak financieel zelfredzaam, bereid zijn te investeren in concertbeleving: ze hebben baan, inkomen en vrije keuze en halen graag dat jeugdsentiment terug.
Niet alleen nostalgie en koopkracht verklaren het succes; ook specifieke muzikale makers spelen een rol. De Zweedse producent en songwriter Max Martin wordt genoemd als architect van de herkenbare popformule uit eind jaren 90 en begin 2000, met hits voor Britney Spears, Backstreet Boys en NSYNC en nog altijd actief met grote hedendaagse artiesten. Die herkenbaarheid — aanstekelijke melodieën en producties — vergroot de blijvende aantrekkingskracht.
Toch is de comeback-economie niet zonder risico. Artiesten die hun tempo of publieksbereik overschatten, dreigen met halve zalen of teleurstellende tours, en sommige reünies functioneren alleen als een deel van de originele bezetting meedoet. Voor fans die voornamelijk komen voor het gevoel en de herinnering maakt dat echter vaak weinig uit: zij zoeken de muziek die hen terugbrengt naar een eenvoudiger tijd. Bovendien is nostalgische terugkeer van pop niet beperkt tot millennials; ook andere generaties schreven al hun eigen heroplevingen op — van platenspelers tot YouTube-zoektochten naar oude helden.
Kortom: de hervonden belangstelling voor nineties- en early-2000s-pop is een combinatie van emotionele binding, financiële mogelijkheden en herkenbare, tijdloze popproductie — een markt waarin zowel succesverhalen als mislukte reünies voorkomen, afhankelijk van de mate waarin artiesten en publiek elkaar opnieuw weten te vinden.