Politieke opinie speelt mee bij migratie-onderzoek

donderdag, 1 januari 2026 (20:12) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Twee onderzoekers tonen aan dat persoonlijke opvattingen van wetenschappers van invloed zijn op hoe zij dezelfde gegevens over immigratie interpreteren. George Borjas (Harvard) en Nate Breznau (DIPF, Duitsland) publiceerden in Science Advances een heranalyse van een eerder experiment waarin 158 sociaal­wetenschappers, onderverdeeld in 71 teams, identieke data kregen voorgeschoteld om te toetsen of immigratie het publieke vertrouwen in sociaal beleid vermindert.

In het oorspronkelijke project leverden de teams uiteenlopende conclusies; geen twee teams kwamen precies op dezelfde uitkomst. De deelnemers – vooral sociologen en politicologen – waren vooraf bevraagd over hun standpunten over immigratie (bijvoorbeeld of immigratiewetten strenger moesten). Waar de initiatiefnemers van het experiment eerst geen significante rol van persoonlijke overtuigingen vonden, zien Borjas en Breznau wél een samenhang: onderzoeksteams met uitgesproken opvattingen leverden systematisch andere uitkomsten dan minder uitgesproken collega’s. Onderzoekers met sterke meningen verschilden het meest van elkaar in inschattingen van migratie-effecten op vertrouwen en sociale cohesie; sommige teams vonden duidelijke negatieve effecten, andere nauwelijks.

De auteurs benadrukken dat er geen bewijs is voor fraude of grove manipulatie. In plaats daarvan laten zij zien dat begrijpelijke analytische keuzes — zoals het al dan niet aggregeren van vertrouwen over verschillende domeinen (zorg, werk, enz.), of het meten van immigratie als stock (aandeel van de bevolking) versus flow (instroom minus uitstroom) — kunnen leiden tot uiteenlopende conclusies. Borjas en Breznau noemen vijf zulke keuzemomenten die de resultaten sterk beïnvloeden en noemen dit een aanwijzing dat empirisch onderzoek deels subjectief kan zijn.

De studie heeft beperkingen: er waren relatief weinig uitgesproken anti‑immigratiegroepen in de steekproef (ongeveer negen van de 71 teams), waardoor de bevindingen robuuster zijn voor de invloed van pro‑immigratieopvattingen dan voor anti‑opinies. Reacties uit de wetenschap zijn gemengd: migratiehistoricus Leo Lucassen waardeert de discussie maar mist aandacht voor politieke framing en bredere maatschappelijke factoren (zoals veranderingen in de verzorgingsstaat). Historicus Steije Hofhuis juicht de studie toe en hoopt dat ze het taboe op debat over migratiewetenschap vermindert.

Achtergrond: Borjas is een bekende, controversiële immigratie‑econoom die kritisch staat tegenover laaggeschoolde immigratie en eerder omstreden publicaties heeft gehad. De centrale les van de nieuwe analyse is dat keuzevrijheid in data‑analyse en de persoonlijke context van onderzoekers meewegen in wat ogenschijnlijk objectieve empirische resultaten opleveren — met implicaties voor transparantie, replicatie en beleidsinterpretatie.