Politieke campagnes belonen concentratie van macht; democratie is juist afhankelijk van de spreiding ervan
In dit artikel:
De Hongaarse oppositiepartij Tisza van Péter Magyar heeft op 12 april een einde gemaakt aan zestien jaar onafgebroken Fidesz-regering onder Viktor Orbán. Met 141 van de 199 zetels behaalde Tisza een tweederdemeerderheid. Dat lijkt op het eerste gezicht een bevrijding van een dominante leider en een terugkeer van de democratie, maar de politieke erfenis van Orbán is ingewikkelder.
Orbán bepaalde jarenlang niet alleen het regeringsbeleid, maar ook de manier waarop Hongaren politiek dachten. Voorstanders oriënteerden zich op zijn signalen, terwijl tegenstanders zich voortdurend tegen hem afzetten. Vooral jongeren die vrijwel hun hele volwassen leven onder Fidesz zijn opgegroeid, hebben weinig ervaring met een andere politieke werkelijkheid. Daardoor kunnen macht en politieke instituties onvermijdelijk lijken, terwijl deelname aan de politiek vergeefs voelt.
Voor Magyar ligt hier een belangrijk dilemma. Om een versnipperde oppositie te verenigen, moest hij zelf een centrale en herkenbare leider worden. Maar de eigenschappen die een beweging helpen een gepersonaliseerd regime te verslaan, kunnen botsen met de eisen van democratisch bestuur. Een sterke campagne draait om machtconcentratie; een gezonde democratie vraagt juist om spreiding van macht en ruimte voor tegenspraak.
De nieuwe regering zal daarom meer moeten doen dan Orbáns beleid terugdraaien. Zij moet het parlement versterken, onafhankelijke media beschermen en de rechterlijke macht en andere instituties opnieuw werkelijk zelfstandig maken — ook wanneer die instellingen de nieuwe machthebbers bekritiseren. Juist omdat Tisza een grote meerderheid heeft, wordt zelfbeperking essentieel. Democratisch regeren betekent aantonen dat de leider niet onmisbaar is.
Voor oudere Hongaren kan dit worden gezien als herstel van een eerdere democratische normaliteit. Jongere generaties kunnen echter niet terugkeren naar een politieke wereld die zij nooit hebben meegemaakt. Voor hen moet democratie voor het eerst concreet vorm krijgen: als een systeem waarin meningsverschillen geen bedreiging voor de staat zijn, verkiezingsverlies niet gelijkstaat aan het verlies van het land en burgers ook buiten verkiezingstijd invloed hebben via lokale politiek, media en maatschappelijke discussies.
De analyse trekt een parallel met Israël, waar Benjamin Netanyahu al decennialang het politieke debat domineert en op 27 oktober opnieuw verkiezingen plaatsvinden. Ook daar zal het verdwijnen van één dominante figuur niet automatisch de politieke gewoonten beëindigen die rond hem zijn ontstaan. Aanhangers moeten leren politiek te bedrijven zonder hem, terwijl tegenstanders moeten bepalen wat hen verenigt als verzet tegen hem niet langer volstaat.
De Hongaarse ervaring laat volgens de auteur zien dat democratische vernieuwing pas echt begint wanneer een land niet simpelweg de ene sterke leider door een andere vervangt. Het doel is een publiek leven waarin instituties, concurrerende belangen en burgers centraal staan, zodat geen enkele politicus zo machtig wordt dat het hele land zich om zijn aanwezigheid moet organiseren.
Vandaag Inside: Staat Vandaag Inside het werk van strafrechtadvocaat Job Knoester in de weg?