Politiek gaat om seks, liefde en leven (dus ga woensdag stemmen)

maandag, 16 maart 2026 (10:23) - Joop

In dit artikel:

Politiek raakt je persoonlijk: het gaat over vrijheden die bepalen hoe je leeft, liefhebt, werkt en rust. De tekst roept op tot bescherming van wat echt belangrijk is — liefde, vriendschap, kunst, zorg voor kinderen — en van de tijd om daaraan deel te nemen, in plaats van een leven dat wordt opgeëist door werk, schulden en winstbejag. Economische druk maakt mensen te moe om intimiteit en plezier te ervaren; illustratief is Daan Borrels foto in een shirt met de tekst “Too Tired To Fuck”, een verwijzing naar hoe de ratrace fysieke en emotionele ruimte wegneemt.

Historisch traceert het stuk deze politiek terug naar de late jaren zestig en zeventig: protestbewegingen rond feminisme, milieu, vrede en seksuele bevrijding vormden een samenhangende cultuur van alternatieve levenswijzen. In 1979 bundelden Vlaamse activisten uit klimaat-, mensenrechten- en vrouwenbewegingen hun krachten in AGALEV — “Anders Gaan Arbeiden, Leven en Vrijen” — met een programma dat pleitte voor minder werkdruk, basisinkomen, gendergelijkheid en natuurbescherming. Twee jaar later voerden zij die politiek al in het Vlaamse parlement, en ongeveer twintig jaar na de oprichting bereikten soortgelijke idealen ook regeringsniveau in België. AGALEV bestaat nog steeds, maar onder de naam Groen!, de Vlaamse zusterpartij van GroenLinks; de naam veranderde, de inzet niet.

Die inzet wordt theoretisch ondersteund door denkers als Murray Bookchin, die in The Ecology of Freedom (1982) betoogde dat ecologie en vrijheid onlosmakelijk verbonden zijn: een samenleving gebaseerd op overheersing en uitbuiting schaadt zowel natuur als menselijke autonomie. Groene politiek is daarmee meer dan natuurbeheer; het is een strijd om tijd, waardigheid en de materiële voorwaarden om volwaardig te leven. Deze politiek verzet zich tegen hiërarchieën die mensen rangschikken naar nut of gehoorzaamheid, en tegen een economische logica die waarde alleen ontleent aan winst. Daarom horen ecologie, emancipatie, antikapitalisme en antifascisme volgens de tekst bij elkaar als één gezamenlijk verzet.

De kritiek richt zich ook op een blijvende conservatieve moraal die het lichaam en genot onderdrukt: in westerse tradities wordt soberheid en hard werken vaak verheerlijkt, terwijl andere culturen het lichaam wél als bron van kracht en vermaak zien. Vrijheid is niet louter juridische ruimte maar ook de praktische mogelijkheid om te bewegen, lief te hebben, rusten en dansen zonder schaamte of schaarste.

Actuele bewegingen zoals BlackLivesMatter, MeToo en Viva Palestina worden in het stuk gepositioneerd als voortzettingen van dezelfde traditie van straatpolitiek die grenzen en hiërarchieën aanvalt. De slotboodschap: de oude droom van “anders werken, anders leven, anders vrijen” verdient opnieuw serieus politieke aandacht — niet als privilege voor enkelen, maar als standaard voor iedereen.