Politie loopt vast in zaak tegen Andrew: waarom is bewijs tegen ex-prins zo lastig?

zondag, 24 mei 2026 (15:37) - De Telegraaf

In dit artikel:

Prins Andrew (Andrew Mountbatten-Windsor) staat al jaren in het middelpunt van beschuldigingen rond seksueel wangedrag in verband met de Amerikaanse financier Jeffrey Epstein. Ondanks nieuwe aantijgingen, vrijgegeven documenten uit het Epstein-dossier en de civiele schikking met een vermeend slachtoffer, lukt het Britse opsporingsdiensten niet om voldoende bewijs te verzamelen om hem strafrechtelijk te vervolgen.

De kern van het probleem ligt bij bewijs, procedure en bereik. De Metropolitan Police en het Openbaar Ministerie (CPS) moeten voldoen aan hoge eisen: bewijzen moeten overtuigend genoeg zijn voor een veroordeling “beyond reasonable doubt”, getuigen beschikbaar en bereid zijn om onder ede te getuigen, en materiaal uit de VS of uit Epsteins kring moet juridisch toelaatbaar en verifieerbaar zijn. Dat is lastig omdat veel relevante gebeurtenissen jaren geleden zouden hebben plaatsgevonden, sleutelpersonen (zoals Epstein) inmiddels overleden zijn, en documenten verspreid of onvolledig kunnen zijn. Jurisdictievraagstukken tussen het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten maken het opvragen en gebruiken van bewijsmateriaal ingewikkelder.

De civiele zaak die in de VS werd afgesloten heeft wel financiële en reputatieschade veroorzaakt, maar een schikking is geen strafrechtelijke uitspraak en verandert niets aan de hoge bewijseisen voor vervolging. Daarnaast speelt mee dat mogelijke getuigenbeschrijvingen en dossiers vaak losstaan van concrete, controleerbare feiten die een rechter nodig heeft.

Kortom: er circuleren veel beschuldigingen en nieuwe aanwijzingen, maar voor de politie leidt dat niet automatisch tot een strafzaak. Zonder nieuwe, sterke en juridisch houdbare bewijzen of de bereidheid van cruciale getuigen om in strafrechtelijke procedures te getuigen, blijft het voor Britse opsporingsinstanties moeilijk om Andrew voor de rechtbank te krijgen.