Politicoloog Léonie de Jonge: 'Uiterst rechts interviewen heeft geen zin, er valt niets meer te ontmaskeren'
In dit artikel:
Léonie de Jonge, politicologe en sinds januari 2025 hoogleraar rechtsextremismeonderzoek aan het Institut für Rechtsextremismusforschung in Tübingen, waarschuwt dat de groei van extreemrechts een bijzondere aanpak van de media vereist. Zij onderzoekt al tien jaar de wisselwerking tussen nieuwsvoorziening en uiterst-rechtse bewegingen en betoogt dat journalisten een democratische verantwoordelijkheid hebben: wie antidemocratische ideeën behandelt alsof het reguliere politieke standpunten zijn, helpt die ideeën normaliseren en legitimeren.
De Jonge schetst een netwerkbeeld: radicaalrechtse en extreemrechtse actoren opereren steeds vaker in hetzelfde ecosysteem – politieke partijen, knokploegen, intellectuele kringen en auteurs wisselen ideeën uit. Veel partijen hebben een ‘frontstage’ waarin ze relatief gematigd overkomen (bijvoorbeeld in talkshows) en een ‘backstage’ waar radicalere, soms racistisch getinte standpunten geuit worden. Die dubbele presentatie maakt dat extremistische ideeën worden witgewassen en toegankelijk gemaakt voor een groter publiek.
Dat roept een journalistiek dilemma op. Moet je politici van partijen als Forum voor Democratie of de PVV gewoon interviewen, of geeft iedere uitzending hen een megafoon? De Jonge verwijst naar empirisch onderzoek waaruit blijkt dat confronterende of veelvuldige optredens de zichtbaarheid en legitimiteit van deze actoren juist vergroten. Zij pleit daarom voor een contra-intuïtieve benadering: extreemrechtse partijen niet behandelen als ‘gewone’ politieke spelers, en terughoudend zijn met podiumverlening zonder de context en risico’s duidelijk te maken.
België, en dan met name Wallonië, dient in haar ogen als voorbeeld. Na de opkomst van het Vlaams Blok werd daar een cordon sanitaire afgesproken en bestaan er redactionele richtlijnen die expliciet bepalen hoe media met partijen met ‘vrijheidsberovende overtuigingen’ omgaan. In Vlaanderen kwam extreemrechts wél groot; in Wallonië bleef het buiten beeld doordat redacties strikte regels volgden: geen lifestyleverhalen, kritische en contextuele berichtgeving en zelden een ongewogen podium. In Nederland zijn soortgelijke redactionele keuzes wel gemaakt (bijvoorbeeld rond 2022 toen sommige media FvD structureel minder ruimte gaven), maar die maatregelen zijn vaak ad hoc, tijdelijk of niet goed verankerd in beleid, waarschuwt De Jonge.
Ze wijst op concrete mechanismen waardoor media onbedoeld agenda’s versterken: door veel over migratie en criminaliteit te berichten – thema’s die extreemrechts inzet – suggereren redactionele keuzes dat die problemen urgenter zijn dan cijfers rechtvaardigen. Ook de 24-uursnieuwscyclus helpt politici die ophef zoeken: scherpe uitspraken garanderen aandacht. De Jonge benadrukt dat sociale media dit effect niet vervangen; traditionele media behouden de belangrijkste legitimerende functie.
Aanbevelingen van De Jonge:
- Redactionele richtlijnen vastleggen en consistent handhaven; hoofdredacties moeten koers houden.
- Journalisten moeten terughoudend zijn met het geven van podium en andersoortig omgaan met antidemocratische actoren (contextualiseren, niet normaliseren).
- Meer gebruikmaken van bestaand wetenschappelijk onderzoek over uiterst rechts — Nederland heeft veel empirisch materiaal en experts (o.a. Sarah de Lange, Linda Bos, Alyt Damstra) die do’s en don’ts kunnen leveren.
- Interne journalistieke discipline bevorderen: niet elke provocatie verdienen als nieuws te laten domineren.
Kortom: De Jonge pleit voor een bewuste en strategische journalistiek die de rol van media als hoeders van de democratie serieus neemt. Niet alle journalistieke objectiviteitsclaims passen wanneer politieke actoren expliciet de regels van democratische politiek ondermijnen; in die gevallen vragen ethiek en publieke belangen om ander handelen van redacties en hoofdredacteuren.