Politici die hun eigen oordeel opofferen aan de opvattingen van kiezers, verzaken hun taak
In dit artikel:
De gevestigde politiek gaat er vaak van uit dat populistische onvrede verdwijnt zodra partijen beter luisteren naar kiezers en concrete problemen oplossen. Volgens Catherine de Vries is die gedachte te simpel. Onvrede bestaat al eeuwen, maar het onderwerp waaraan die zich vasthecht en de betekenis die eraan wordt gegeven, veranderen voortdurend.
De Deense belastingadvocaat Mogens Glistrup illustreerde dat in 1971. Op televisie verklaarde hij dat hij geen inkomstenbelasting betaalde en dat belastingontduiking volgens hem bijna een morele plicht was tegenover een absurde overheid. Zijn provocatie leidde in 1973 tot de oprichting van de Fremskridtspartiet, die bij de verkiezingen meteen 28 zetels behaalde. Glistrup maakte van belastingen een symbool van verzet tegen de gevestigde orde. Migratie was toen nog geen belangrijk politiek thema.
Sinds de opkomst van Pim Fortuyn proberen Nederlandse middenpartijen de populistische uitdaging vooral te beantwoorden door ‘te leveren’ op onderwerpen die kiezers bezighouden. De VVD legt nadruk op het beperken van migratie, het CDA op zichtbare resultaten en D66 onder meer op woningbouw. De achterliggende gedachte is dat burgers zich weer vertegenwoordigd voelen en vertrouwen terugkrijgen zodra de overheid hun problemen oplost.
Daarbij schuilt volgens De Vries een problematische aanname: dat er één duidelijke volkswil bestaat die politici alleen maar hoeven te achterhalen en uit te voeren. De achttiende-eeuwse filosoof Edmund Burke stelde juist dat volksvertegenwoordigers hun eigen oordeel moeten gebruiken. Kiezers hebben uiteenlopende en soms tegenstrijdige wensen: zij kunnen lagere belastingen én betere publieke voorzieningen willen, minder arbeidsmigratie én voldoende personeel in de zorg, of meer woningen zonder extra bouw in hun buurt. Vertegenwoordiging vraagt daarom niet alleen om luisteren, maar ook om afwegen en keuzes maken in het algemeen belang.
Bovendien zijn de voorkeuren van burgers geen onveranderlijke feiten waarop politiek automatisch reageert. Politici en media beïnvloeden mede welke ontwikkelingen aandacht krijgen, hoe ze met elkaar worden verbonden en welke betekenis eraan wordt gegeven. De Britse cijfers over migratie laten zien dat bezorgdheid en migratieaantallen niet altijd gelijktijdig bewegen. Na de aanslagen van 11 september 2001 en rond het Brexit-referendum van 2016 nam de zorg over migratie sterk toe zonder vergelijkbare stijging van de migratie. Na de coronapandemie steeg de netto-migratie eerst, waarna de politieke bezorgdheid later opliep.
Dat betekent niet dat maatschappelijke ontwikkelingen onbelangrijk zijn of dat politici zorgen volledig kunnen verzinnen. Wel is er geen automatische verbinding tussen feiten en hun politieke gewicht. Politiek bepaalt mede of migratie wordt gezien als economische kans, humanitaire verplichting, antwoord op vergrijzing of bedreiging van de nationale identiteit. Politici strijden daardoor niet alleen over beleid, maar ook over de vraag welk verhaal en welke invalshoek dominant worden. Een woningtekort kan bijvoorbeeld worden verbonden aan te weinig bouw, migratie, ongelijkheid, stikstof of de positie van jongeren op de woningmarkt.
De Vries vergelijkt zulke politieke invalshoeken met kaarten: ze maken een complexe werkelijkheid hanteerbaar, maar vergroten sommige elementen uit en laten andere buiten beeld. Populistische partijen zijn vaak succesvol omdat ze uiteenlopende zorgen in één begrijpelijk verhaal samenbrengen. Migratie kan tegelijk worden gekoppeld aan banen, woningen, publieke voorzieningen, identiteit, sociale samenhang en nationale zeggenschap. Het onderwerp biedt bovendien een helder onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’.
De Deense ontwikkeling laat zien dat het overnemen van de agenda van radicaal-rechts niet vanzelf werkt. De Deense Volkspartij maakte migratie vanaf de jaren tachtig tot een lens voor nationale identiteit en de verzorgingsstaat. Hoewel middenpartijen, waaronder de sociaal-democraten, daarna een restrictiever migratiebeleid steunden, verdrievoudigde de steun voor de Volkspartij bij de verkiezingen van 2026 en leden de sociaal-democraten een historisch verlies. Ook in Australië groeide de rechts-radicale One Nation-partij ondanks een aangescherpt migratiebeleid en een sterke daling van de migratie na de coronapiek.
Alleen lagere migratiecijfers veranderen dus niet noodzakelijk het bredere politieke verhaal waarin migratie als verklaring voor maatschappelijke problemen fungeert. Andere partijen moeten niet slechts op hetzelfde onderwerp een gematigder antwoord geven, maar een eigen overtuigende lens ontwikkelen die verschillende zorgen kan verbinden.
De democratie berust volgens de auteur juist op het bestaan van pluraliteit: burgers kijken verschillend naar dezelfde werkelijkheid en belangen botsen onvermijdelijk. Politiek kan die verschillen niet definitief wegwerken. Vertegenwoordigen betekent daarom niet simpelweg uitvoeren wat opiniepeilingen aangeven, maar bepalen welke belangen prioriteit krijgen, welke vragen centraal staan en welke richting de samenleving moet inslaan. Glistrup begreep dat politieke macht ook ontstaat door te bepalen waarover de politiek gaat. De inhoud van de onvrede verandert; de kern van politiek blijft de strijd om de betekenis ervan.
Vandaag Inside: Wilfred Genee ziet Merel Ek met microfoon Dick Schoof te lijf gaan: ‘Wat is ze aan het doen?’