Polen bouwt monument voor Wolynië-bloedbad, spanning met Oekraïne blijft
In dit artikel:
Polen krijgt in Warschau een nationaal monument voor de slachtoffers van de bloedbaden in Wolynië, kondigde premier Donald Tusk aan op de 83e herdenkingsdag van de zogenoemde Bloedige Zondag van 11 juli 1943. Het monument moet een herdenkingsmuur worden met de namen van alle geïdentificeerde doden en een eeuwige vlam. Daarmee wil de Poolse regering tienduizenden slachtoffers eren van de aanvallen die ultranationalisten van het Oekraïense Opstandelingenleger (UPA) tijdens de Tweede Wereldoorlog uitvoerden op Poolse burgers in het huidige noordwesten van Oekraïne.
De slachtoffers waren mannen, vrouwen en kinderen; schattingen van het dodental lopen uiteen van 50.000 tot 100.000. Tusk noemde de gebeurtenissen in een videoboodschap een genocide en zei dat Polen de plicht heeft de doden te herdenken, maar ook de geschiedenis niet mag laten uitmonden in nieuwe vijandschap.
De aankondiging valt samen met een voorzichtige verbetering in de omgang met dit beladen verleden: eerder dit jaar werden opgravingen van massagraven in Oekraïne opnieuw toegestaan, onder meer in Puzniki, zodat slachtoffers alsnog waardig kunnen worden begraven. Tegelijk blijft het onderwerp gevoelig, omdat delen van de UPA in Oekraïne nog altijd als vrijheidsstrijders worden gezien vanwege hun latere verzet tegen de Sovjet-Unie.
Opvallend is dat ook president Karol Nawrocki, politiek tegenstander van Tusk, zich bij de herdenking aansloot. Hij benadrukte dat de latere anti-Sovjetstrijd van de UPA geen rechtvaardiging is voor de moorden op Poolse burgers. De spanningen tussen Warschau en Kyiv liepen vorige maand opnieuw op nadat president Zelensky een Oekraïense eenheid de eretitel “Helden van het UPA” gaf, waarna Polen en Oekraïne elkaars onderscheidingen tijdelijk terugtrokken.
De Oranjezomer: Guido den Aantrekker over Frans Timmermans als Minister van Staat: 'Wat heeft hij gepresteerd?!'