Podcast | Internetpionier Marleen Stikker: 'We kunnen ons ontworstelen aan de almacht van big tech'
In dit artikel:
Marleen Stikker, oprichter en directeur van Waag Futurelab, waarschuwt in een interview met Follow the Money voor de groeiende verwevenheid van technologie, politiek en macht. Aanleiding is de bundel *De vroege strijd voor het vrije internet*, met teksten van Karin Spaink, voormalig eindredacteur van Follow the Money, die op 8 mei overleed. Stikker schreef het voorwoord.
Volgens Stikker waarschuwden internetpioniers al in de jaren negentig voor de invloed en commerciële belangen van grote technologiebedrijven, maar kregen zij toen weinig gehoor. In januari sprak ze in de Joop den Uyl-lezing over de machtsconcentratie rond Amerikaanse techbedrijven en hun openlijke toenadering tot de MAGA-beweging van president Donald Trump. Ze stelt dat Europa zich door zijn afhankelijkheid kwetsbaar heeft gemaakt. Als voorbeeld noemt ze onder meer de druk op het Internationaal Strafhof en mogelijke Amerikaanse toegang tot Europese gegevens.
Stikker ziet inmiddels een omslag. Begrippen als digitale soevereiniteit en strategische autonomie krijgen volgens haar meer aandacht in media en politiek. De afgebroken mogelijke verkoop van DigiD aan het Amerikaanse Kyndryl illustreert volgens haar dat de afhankelijkheid van buitenlandse technologie ter discussie staat.
Ze pleit ervoor snel alternatieven voor Microsoft en grote sociale-mediaplatforms te gebruiken. Het Internationaal Strafhof stapte volgens haar in enkele maanden over van Microsoft 365 naar het Europese OpenDesk, terwijl Duitse deelstaten Nextcloud gebruiken. Ook Bluesky en Mastodon ziet ze als alternatieven voor X en Instagram, omdat die minder afhankelijk zijn van verslavende algoritmes en anders omgaan met moderatie. Stikker spreekt daarom met de Tweede Kamer, ministeries, media, culturele instellingen en podia over een gezamenlijke overstap naar deze zogenoemde open socials.
Vandaag Inside: Johan Derksen kritisch op tv-optreden Mona Keijzer: ‘Ik ben fan van haar, maar…’