Pixar op dreef in 'Jumpers': bevers versus de snelweg
In dit artikel:
Pixar brengt deze week Jumpers (ook uitgebracht als Hoppers) uit, een nieuwe animatiefilm die zich nestelt tussen de studio’s recente ups en downs: na het publiekssucces van Inside Out 2 kwam eerder dit jaar nog de mislukking van Elio. De studio wisselt originele titels af met sequels (later dit jaar verschijnt Toy Story 5), en Jumpers is opnieuw een poging om met verbeelding en lef bioscoopbezoekers te trekken.
De film volgt Mabel Tanaka, van kinds af aan een fervent dierenbeschermer en als tiener een milieuactiviste die probeert een groene vallei te redden van een snelwegproject van burgemeester Jerry van Beaverton. Als blijkt dat dieren uit de vallei verdwenen zijn door een list, ontdekt Mabel dat wetenschappers hun bewustzijn in robots kunnen verplaatsen. Ze neemt bezit van een robotbever om de dierenwereld te overtuigen terug te keren. Thema’s als metamorfose, natuurbehoud en samenleven staan centraal, maar de morele boodschap voelt soms voorspelbaar en plichtmatig.
Visueel en qua humor is Jumpers een energieke achtbaan: slapstick, vrije associaties en bijtende, soms wrede grappen wisselen elkaar af — met scènes die doen denken aan The Lion King en een koninklijke raad van soorten die absurditeit viert. De personages zijn sympathiek maar weinig origineel; de slechterik roept herkenbare archetypen op. Al met al geen meesterwerk van Pixar, wel een vermakelijke en gedurfde film.