Pionier Wim Robbertsen bouwt windmolens op de Zuidpool: 'Bel mij maar als ze zeggen dat het niet kan'
In dit artikel:
In Barneveld voert Wim Robbertsen (60), eigenaar van Business in Wind, de lijfspreuk “Het kan wel” — en die instelling bracht hem vorig jaar naar Antarctica. De Nieuw‑Zeelandse overheid vroeg zijn bedrijf de drie verouderde 300 kW‑turbines bij Scott Base te vervangen door drie nieuwe van 1 MW met een batteriesysteem. Robbertsen accepteerde de opdracht ondanks dat zijn bedrijf vooral demontage en revisie van bestaande molens doet; voor hem is het een uitdaging die past bij ruim 21 jaar ervaring in de windsector.
Vooraankondiging en verkenning
Na een eerste telefoontje met landcode +64 volgde in februari een verplichte voorverkenning. Robbertsen reisde met twee monteurs en verbleef kort op Scott Base om inspecties te doen en logistieke lijsten samen te stellen. De heenreis omvatte vluchten via Dubai en Christchurch en uiteindelijk een militaire C‑130 naar Antarctica; de totale reistijd bedroeg ongeveer 70 uur. Vluchten en werkzaamheden zijn sterk weerafhankelijk, waardoor planning flexibel moet zijn.
Techniek, opbrengst en milieuvoordelen
De nieuwe turbines zijn hoger (40 m versus 36 m) en hebben een veel grotere rotordiameter (54 m tegenover 33 m), wat samen met het batteriesysteem Scott Base en de nabijgelegen Amerikaanse basis grotendeels zelfvoorzienend moet maken. Omdat koude lucht zwaarder is (ongeveer 1,4 kg/m3 op Antarctica tegenover circa 1,225 kg/m3 in Nederland), levert een turbine daar per kubieke meter lucht meer energie op. De huidige molens hebben volgens Robbertsen al circa 32 miljoen liter diesel en ongeveer 9.000 ton CO2 bespaard; de nieuwe installatie versterkt die besparing.
Logistieke en veiligheidsuitdagingen
Antarctica stelt unieke eisen: betonfunderingen zijn niet haalbaar, dus komt er een stalen constructie; alle kritieke onderdelen en gereedschappen gaan dubbel mee omdat er geen bouwmarkt om de hoek is; vergeten onderdelen kunnen enorme extra kosten veroorzaken. De Nieuw‑Zeelands overheid eist strenge voorbereidingen: medische keuringen (TBC‑test, griepprik, conditietest), uitgebreide kledinguitrusting, en een halve dag training op de basis. De nadruk ligt op overleving — bijvoorbeeld hydratatie: op flessen prijkte de tekst “hydrate or die”. Teams krijgen survivaluitrusting mee (tent, slaapzak, brander, voedsel voor een week) omdat ze bij omslag van het weer zelfstandig moeten kunnen blijven.
Planning en uitvoering
De daadwerkelijke vervangingsoperatie start in november. Robbertsen zal de opstart de eerste twee weken begeleiden; in totaal werken ongeveer tien mensen vier tot vijf weken aan de turbines. De oude molens worden ontmanteld; hun bestemming is nog onduidelijk en hangt af van mogelijke kopers—ze zouden tijdelijk naar Barneveld kunnen komen.
Achtergrond en motivatie
Robbertsen bouwde eerder windturbines op extreme locaties zoals Ascension Island en Kotzebue (Alaska) en werkt ook projecten in Oekraïne. Sinds 2018 runt hij zijn eigen bedrijf met inmiddels zo’n 25 medewerkers, en hij blijft personeel zoeken. De Antarctica‑klus past bij zijn pragmatische, oplossingsgerichte aanpak: waar anderen zouden afhaken, ziet hij een technische puzzel die je kunt oplossen — en daarmee een flinke bijdrage aan het terugdringen van dieselverbruik op een van de meest afgelegen onderzoeksplekken op aarde.