Pinguïns op Antarctica broeden 3 weken vroeger door klimaatverandering, 3 soorten bedreigd
In dit artikel:
Onderzoek van Penguin Watch (Oxford) toont aan dat meerdere pinguïnsoorten op Antarctica hun broedtijd de afgelopen tien jaar systematisch vervroegd hebben. Vooral de ezelspinguïn (gentoo) begint nu gemiddeld drie weken eerder met broeden; adeliepinguïns en kinbandpinguïns (Adélie en chinstrap) gemiddeld zo’n tien dagen eerder.
Volgens hoofdauteur Ignacio Juarez Martinez leidt die verschuiving tot een tijdsverschuiving tussen kuikens en hun voedsel: "Ze broeden al op het moment dat hun prooi nog niet beschikbaar is." De jonge pinguïns lopen daardoor in hun eerste levensweken vaker een voedseltekort op, wat de sterfte verhoogt. Tegelijk neemt de concurrentie tussen soorten toe doordat hun broedperiodes meer overlappen; de expansie van ezelspinguïns naar mildere gebieden maakt het probleem groter omdat zij heimelijk nesten van de andere soorten innemen.
De onderzoekers koppelen deze veranderingen aan klimaatgerelateerde verschuivingen: minder ijs, vroegere sneeuwsmelt en een vervroegde bloei van plankton veranderen het tij van het voedselweb. Omdat pinguïns zelf een sleutelrol spelen in het Antarctische ecosysteem — zij brengen voedingsstoffen aan het oppervlak die algen en andere organismen voeden — heeft hun achteruitgang brede gevolgen. Martinez waarschuwt dat, als de trend doorgaat, drie pinguïnsoorten tegen het einde van deze eeuw mogelijk ernstig bedreigd of verdwenen kunnen zijn.