Picasso, Mondriaan, Matisse: Kanal in Brussel opent in november met 10 tentoonstellingen
In dit artikel:
KANAL opent op 28 november in de voormalige Citroënfabriek aan het Brusselse kanaal en start meteen met tien uiteenlopende tentoonstellingen, waaronder werken van Picasso, Mondriaan en Matisse. Het museum, dat na negen jaar voorbereiding de deuren heropent, wil zich profileren als het nieuwe vlaggenschip voor moderne en hedendaagse kunst in Brussel, met een programmatie en schaal die ook op België en Europa mikt: 40.000 m², interdisciplinair aanbod en sterke stedelijke verankering.
Het voormalige garagecomplex is niet louter decor: de architectuur wordt onderdeel van het museumproject. In het gebouw komen drie ‘torens’: het vijf verdiepingen tellende KANAL-museum met ondergrondse galerij, Kanal Architecture (de vernieuwde CIVA) en een auditorium. Kanal Architecture huisvest naast expo’s ook archieven, consultatiecentra en een studieruimte. Bijna de helft van het oppervlak is bedoeld als ongeprogrammeerde publieke ruimte: een kruisvormige straat van 18 meter verbindt de vier gevelingangen en moet fungeren als laagdrempelige ontmoetingsplek. De hoge glas-stalen showroom die naar de binnenstad is gericht, kan grotendeels open en vormt het publieke gezicht; bovenin komen een restaurant en een vrij toegankelijk dakterras. Verder biedt KANAL faciliteiten als een bakkerij, een drukkerij en een speelterrein van 700 m².
Het openingsprogramma is interdisciplinair: beeldende kunst, film, video-, geluidinstallaties en performance lopen door elkaar. De collectieopbouw sinds 2018 wordt voor het eerst omvangrijk gepresenteerd: de collectie bevat Brusselse en Belgische sleutelnamen (bijv. Jacqueline Mesmaeker, Walter Swennen) en internationaal gevestigde artiesten zoals Francis Alÿs, Sammy Baloji en Otobong Nkanga, plus jongere makers als Kasper Bosmans en Luna Mahoux. De eerste grote presentatie, A truly immense journey, toont circa 350 werken, voornamelijk uit de eigen collectie en die van partner Centre Pompidou, naast bruiklenen uit Belgische collecties.
Thematisch treden migratie, koloniale geschiedenis en institutionele zelfreflectie op de voorgrond. An Infinite Woman onderzoekt het koloniaal gefabriceerde beeld van Mangbetu-vrouwen en hoe Afrikaanse kunstenaars dat beeld heroveren. Otobong Nkanga realiseert een participatieve installatie met weefgetouwen op het middenplein waarin bezoekers persoonlijke verhalen integreren. Performers als Joshua Serafin behandelen migratie, roots en queerness; Joëlle Tuerlinckx duikt met lichtsystemen de ondergrondse galerie in; Manon De Boer werkt met verspreide geluidsvazen en films die tijdsbeleving bevragen. Département des Pièges verbindt objecten uit elf Brusselse musea, en NO SHOW laat kunstenaars nadenken over de rol van musea tussen spektakel en aandacht. In de openbare showroom tonen gouden letterballonnen van Banu Cennetoğlu artikelen uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Kanal zet ook in op educatie en stadsbetrokkenheid: het wil structurele partnerschappen met Brusselse onderwijsinstellingen en mikt op jaarlijks ongeveer 50.000 kinderen en jongeren. Of de ambitie om een laagdrempelige, stedelijke ontmoetingsplek te zijn volhoudt in de praktijk — en hoe de balans tussen publieke ruimte en museale programmering eruitziet — zal blijken na de opening op 28 november.