PFAS zijn giftig, opruimen is duur, maar verbod laat op zich wachten

donderdag, 26 maart 2026 (20:02) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Op de voormalige vliegbasis in Soesterberg wordt momenteel grond verwijderd omdat PFAS‑vervuiling bouwplannen in de weg zit; de sanering kost naar schatting tientallen miljoenen euro’s. Inspecteurs van de Europese Commissie en de Nederlandse regering bezochten de locatie, waar vroeger bij een brandweerkazerne maandelijks geoefend werd met PFAS‑houdend blusschuim. KWR‑onderzoeker Johan van Leeuwen zegt dat er “tientallen kilo’s” PFAS in de bodem zitten, en dat deze stoffen al bij extreem lage concentraties (nanogramniveau) schadelijk kunnen zijn.

Voor woningbouw wordt hier tot twee meter afgegraven, maar onderzoek toont aan dat hoge concentraties PFAS op plekken voorkomen tot tien à elf meter diepte. Op korte termijn vormt dat geen acuut gevaar, maar op langere termijn kunnen de stoffen langzaam migreren richting grondwater en winplaatsen voor drinkwater; Van Leeuwen waarschuwt dat dat proces honderd jaar kan duren en dat een volledige aanpak veel omvangrijker en duurder zou zijn. Hij schat dat in Nederland zo’n 20.000 locaties extra verontreinigd zijn, en benadrukt dat het onbekend is hoeveel plekken écht risicovol zijn.

Europa staat voor een veel groter probleem: recente studies waarschuwen dat de kosten van PFAS‑vervuiling de komende jaren kunnen oplopen tot honderden miljarden euro’s wanneer de aanpak niet verandert. Nieuwe emissies blijven binnenkomen, onder meer door lozingen van chemiebedrijf Chemours in Dordrecht en via gebruik van bepaalde pesticiden.

Nederland wil een Europees verbod op ongeveer 10.000 PFAS‑stoffen en startte die lobby al in 2021 samen met vier andere landen. Het beoogde verbod zou productie, gebruik, verkoop en import moeten verbieden, maar kent overgangsperioden van anderhalf tot maximaal twaalf jaar en uitzonderingen voor bijvoorbeeld medische apparatuur. In Brussel ligt het voorstel nog ter beoordeling; er wordt extra onderzoek gedaan en belanghebbenden mogen zich uitspreken.

De Zweedse Eurocommissaris voor Milieu, Roswall, noemt het vraagstuk complex: het gaat om veel verschillende stoffen en voor sommige toepassingen (defensie, bepaalde verduurzamingsdoelen) ontbreken goede alternatieven. Staatssecretaris Vivianne Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat) zegt op nationaal niveau niet te willen afwachten en wil met provincies pilots starten, maar erkent dat grensoverschrijdende bronnen samenwerking op EU‑niveau noodzakelijk maken. Van Leeuwen dringt aan op snelle actie en prioritering van de grootste vervuilingsgevallen.