Peter Pannekoek over zijn liefde en hartstocht voor voetbal: 'Dat roepen om een WK-boycot vind ik zo laf'
In dit artikel:
Cabaretier Peter Pannekoek (39) beschouwt voetbal als hij zijn vak uitoefent: compromisloos en met een bijna krankzinnige bezetenheid. Op het buurtpleintje achter Artis waar hij elke zondag met vrienden speelt, hangt een bordje dat voor hem de kern vangt: niet winnen telt, maar het bezitten van je eigen veld — symbool voor totale overgave aan iets kleins maar betekenisvols.
Pannekoek zegt zelf geen specialist te zijn, maar een “groot liefhebber. Een dolenthousiaste leek.” Toch kijkt hij uren voetbal per week, reisde met een vriend langs stadions door heel Europa en bezocht in de zomer van 2024 meerdere EK-wedstrijden in Duitsland. Die betrokkenheid voedt zijn sterke mening over de huidige staat van het internationale voetbal: hij hekelt de hypercommerciële koers van de FIFA onder Gianni Infantino, vergelijkt diens leiderschap met dat van voorgangers en noemt de WK-organisatie te veel op geld gericht. Ook politieke keuzes rond het WK in de Verenigde Staten storen hem — niet genoeg om te gaan boycotten, maar wel reden voor persoonlijke verontwaardiging en de keuze om mogelijk niet te gaan kijken. Over boycotten zegt hij dat het laf is om te vragen dat spelers hun levenswerk opgeven; wie echt tegen de Amerikaanse situatie is, moet zelf wegblijven van de tv.
Pannekoek gebruikt graag scherpe, anekdotische observaties: het scheldwoord “pannenkoek” was volgens hem lange tijd uit, maar kwam terug na een incident met Marco van Basten als Ajax-trainer — iets wat hij half-grappend verantwoordelijk acht voor het ongemak dat de term hem soms bezorgt. Hij stoort zich aan de hoge prijzen voor oranje shirts (noemt een bedrag van €160) en aan torenhoge reiskosten rond het WK, maar vindt het wel mooi dat Oranje zo opvalt in stemmingsverband: “Als Virgil van Dijk de wereldbeker optilt, valt Trump misschien weg tussen al dat oranje,” zegt hij spottend.
Politiek en moraal mengen zich bij Pannekoeks voetbalplezier, maar niet zodanig dat sporters het loodje moeten leggen voor ieders geweten. Zijn visie op protest is persoonlijk onthouden kijken als hoogste offer, niet het eisen dat spelers thuisblijven. Daarmee kiest hij voor individuele verantwoordelijkheid in plaats van publieke sanctie.
Tactisch en technisch is hij kritisch maar gepassioneerd. Hij heeft weinig respect voor trainers die beweren dat penalty’s niet trainbaar zijn en fantaseert over keiharde selectiepraktijken om druk na te bootsen: een strafcultuur waarbij wie mist direct zijn basisplaats verliest. Die hang naar extreme toewijding bewondert hij ook in coaches en spelers: Francesco Farioli, Peter Bosz, Erik ten Hag noemt hij voorbeelden van obsessieve trainers die soms onbegrepen werden; Lionel Messi en Frenkie de Jong belicht hij als spelers die vakmanschap en ogenschijnlijke moeiteloosheid combineren.
Zijn liefde voor voetbal is vooral esthetisch én emotioneel. Pannekoek noemt het spel een “micrometafoor” voor het leven: zinloosheid wordt draaglijk door mensen enorme waarde te geven aan ogenschijnlijk triviale zaken. Hij prijst een voorbeeld van perfect samenspel — het beroemde Barcelona-doelpunt tegen Real Madrid (2010/11) — als puur kunstwerk dat hij zou willen laten zien in een programma als Zomergasten. Voetbal is voor hem zowel kunst als religie: het bepaalt stemming, weekend en zelfs relaties, terwijl het objectief gezien niets voorstelt.
Als cabaretier verwerkt hij voetbal regelmatig in zijn werk, soms scherp en confronterend (bijv. een grap over de gevaarlijke plaatsing van rolstoelplaatsen in de Johan Cruijff Arena), soms liefdevol. Hij geeft toe kroegkijken te haten en liever met een kleine groep gelijkgestemden thuis naar wedstrijden te kijken — juist omdat relativering in grote gezelschappen het magische, bezeten element kan kapotmaken.
Over bondscoach Ronald Koeman is zijn oordeel dubbel: hij waardeert Koemans ingehouden woede en strijdlust, maar mist visie en innovatie vergeleken met namen als Guardiola of Bielsa. Pannekoek wil extreme inzet en originaliteit zien; hij bewondert mensen die tot het uiterste gaan en verafschuwt gemakzucht of conformisme, ook binnen topclubs als Ajax waar volgens hem soms luiheid en arrogantie de overhand kunnen nemen.
Samengevat: Peter Pannekoek is een vocale, bezielde liefhebber van voetbal die de sport ziet als bron van betekenisgeving, kunst en collectieve extase, maar die tegelijk scherp oordeelt over commerciële excessen, bestuurlijke tekortkomingen en gebrek aan echte obsessie bij sommige functionarissen. Zijn houding combineert warme bewondering voor spelers en speelstijl met cynische kritiek op macht en geld in de moderne voetbalwereld.