Pesticiden 'een' maar niet 'de' oorzaak van parkinson (dat op onverklaarbare wijze vaker voorkomt in Groningen en Friesland)

donderdag, 22 januari 2026 (08:28) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Neurowetenschapper Bas Bloem (Radboudumc) en milieu-epidemioloog Roel Vermeulen (Universiteit Utrecht) presenteren nieuw onderzoek dat nuance brengt in het vaak verhitte debat over pesticiden en de ziekte van Parkinson. Door voor het eerst meerdere gezondheidsregisters (overlijdensakten, medicijnvoorschriften, zorgclaims en ziekenhuisgegevens) te koppelen aan demografische en sociaaleconomische data, vinden zij aanwijzingen dat bestrijdingsmiddelen niet als enige of dominante oorzaak van Parkinson kunnen worden aangemerkt.

De studie ondersteunt eerdere bevindingen — er bestaan bijna veertig internationale onderzoeken die een verband laten zien tussen werken met pesticiden en een verhoogd Parkinson‑risico — maar toont tevens dat andere omgevingsfactoren, zoals luchtverontreiniging of zware metalen, in de etiologie meespelen. Bloem waarschuwt dat dit niet betekent dat pesticiden onschuldig zijn; waarschijnlijk maken ze deel uit van een complexe optelsom van risicofactoren, vooral historisch gezien. Omdat pesticiden relatief gemakkelijk te reguleren zijn, hebben ze veel aandacht gekregen, maar volgens de onderzoekers is het noodzakelijk verder te kijken dan alleen landbouwexposures.

Opvallende uitkomsten uit het Nederlandse onderzoeksbestand zijn regionale verschillen: Groningen en Friesland lieten hogere Parkinson‑cijfers zien, ondanks dat de luchtkwaliteit daar doorgaans beter is dan elders. Ook werd bevestigd dat mannen meer risico lopen dan vrouwen en dat de ziekte vaker wordt gediagnosticeerd bij mensen met een hogere sociaaleconomische status — mogelijk beïnvloed door zorgtoegang, leefstijlfactoren of hormonen, maar dat blijft onduidelijk.

Om oorzaken specifieker in kaart te brengen trekken Bloem en Vermeulen nu samen een grootschalig landelijk onderzoek op in ziekenhuizen in Tilburg, Leiden, Nijmegen en Groningen. Daarbij worden 1.500 recent gediagnosticeerde Parkinsonpatiënten vergeleken met 3.000 controles. De studie verzamelt gedetailleerde informatie over werk, sport, dieet en verhuizingen, neemt bloed- en ontlastingsmonsters, voert huismetingen uit en doet genetisch onderzoek. De onderzoekers richten zich extra op Noord‑Nederland om de regionale verschillen te verklaren. Resultaten zijn niet eerder te verwachten dan over ongeveer vijf jaar.

Kort: het nieuwe Nederlandse onderzoek relativeert het idee van één dominante oorzaak en pleit voor een breder, multi‑factorieel onderzoeksmodel naar Parkinson, terwijl het benadrukt dat landbouwpraktijken niet zonder nadere analyse vrijgesproken mogen worden.