'Personal brandmanager' van Conner Rousseau niet langer betaald door parlement, maar door partij zelf
In dit artikel:
De personal brandmanager van Vooruit-voorzitter Conner Rousseau, Jordy Van Overmeire, zal voortaan niet meer door het federaal parlement betaald worden maar door de partij zelf. Dat bevestigde Vlaams Parlementsvoorzitter Freya Van den Bossche (Vooruit) in Villa Politica, nadat Het Nieuwsblad maandag had onthuld dat Van Overmeire met parlementaire middelen werkte terwijl zijn taken vooral verband hielden met Rousseau’s persoonlijke campagne. Formeel stond hij als secretaris op de loonlijst van Vooruit-fractieleider Oscar Seuntjens; Rousseau zelf zit niet in het federaal parlement.
Vooruit koos voor de verschuiving omdat men het gebruik van parlementaire budgetten voor een persoonlijke communicatiemedewerker geen goed signaal vond. Van den Bossche zei daarover onder meer: “Het is niet omdat het kan, dat het de beste oplossing is,” en pleitte ook voor een herbekijk van de Vlaamse regels rond inzet van parlementair personeel.
Federale wetgeving verbiedt deze praktijk niet expliciet; er bestaat wel een niet-bindend advies (2021) van de federale deontologische commissie dat stelt dat met gemeenschapsgeld betaalde medewerkers niet hoofdzakelijk mogen worden ingezet voor taken buiten het parlementair werk. Politieke waarnemer Ivan De Vadder merkt op dat andere partijen, zoals Vlaams Belang, al medewerkers inzetten om de partijwerking te ondersteunen.
De zaak past in een breder debat over grensvervaging tussen parlementaire en partijtaken. Eerder leidde dat al tot onderzoeken — bijvoorbeeld rond Brussels parlementslid Ilyas El Omari — en op Europees niveau gelden striktere regels: het Europees Parlement verbiedt dergelijke inzet, en in Frankrijk werd Marine Le Pen al veroordeeld voor het misbruiken van Europees personeel voor partijwerk.