Pers en politiek moeten de homofobie van uiterst rechts duidelijk benoemen
In dit artikel:
De afnemende homoacceptatie onder scholieren heeft een debat blootgelegd waarin conservatieve en uiterst rechtse politici moeite hebben om de ontwikkeling ondubbelzinnig te veroordelen. In talkshows legden Mona Keijzer en Geerten Waling de verantwoordelijkheid vooral bij migranten en moslims. Tegelijkertijd relativeerden zij de afname door te klagen over initiatieven als Paarse Vrijdag, gaybrapaden en regenboogvlaggen, die volgens hen homoseksualiteit zouden opdringen.
Volgens de auteur klopt het niet dat de daling voornamelijk door moslimjongeren of migranten wordt veroorzaakt. Hoewel homohaat binnen die groepen een probleem is, nam de acceptatie onder alle onderzochte groepen af. Ook eerdere onderzoeken wijzen op een landelijke ontwikkeling, dus niet alleen in grote steden met relatief veel inwoners met een migratie- of moslimachtergrond. Het aanwijzen van moslims en migranten past volgens de auteur in een vast patroon van extreemrechts.
De terughoudendheid van uiterst rechts om zich voluit voor homoacceptatie uit te spreken, wordt gezien als onderdeel van een bredere verschuiving. Sinds ongeveer 2020 verspreiden rechtse bewegingen in verschillende landen verhalen over vermeende ‘seksualisering van kinderen’. Daarmee doelen zij vaak niet op misbruik, maar op seksuele en relationele voorlichting of lesmateriaal over homoseksualiteit. In de Verenigde Staten leidde dit onder meer tot verboden op dergelijke lessen in Florida. Tegelijk daalde daar het aandeel Republikeinen dat positief tegenover homoseksualiteit staat volgens de aangehaalde cijfers van 56 naar 35 procent.
Deze retoriek kreeg ook in Nederland navolging. In 2023 werden op sociale media onwaarheden verspreid over de Week van de Lentekriebels, waarin basisscholen aandacht besteden aan relaties en seksualiteit. PVV- en FvD-politici namen die verhalen over en beweerden onder meer dat kleuters expliciete seksuele informatie kregen. Ook in verkiezingsprogramma’s van PVV, JA21 en FvD werd gesproken over seksuele of LHBT-indoctrinatie en werd gepleit voor een verbod op de themaweek.
De auteur wijst daarnaast op uitspraken van Geert Wilders over regenboogsymbolen, steun aan de Hongaarse premier Viktor Orbán tegenover Budapest Pride en kritiek van Annabel Nanninga op een kinderboek over een gezin met twee vaders. Zulke boodschappen bereiken volgens de auteur jongeren en ouders, terwijl media en politiek de groeiende homofobe retoriek te weinig kritisch bevragen. Meer dan symbolische steunbetuigingen is nodig: journalisten en politici zouden uiterst rechts nadrukkelijker ter verantwoording moeten roepen, omdat stilzwijgen de veiligheid en acceptatie van homoseksuele jongeren verder kan ondermijnen.
Vandaag Inside: Johan Derksen stoort zich aan politicus: ‘Praatjesmaker en een luchtfietser!’