Per brief ontslagen zonder toestemming van het UWV: kantonrechter kent €28.382 bruto toe aan oud-medewerker van een raadsfractie
In dit artikel:
Een stichting achter een gemeenteraadsfractie ontsloeg een werknemer nadat de partij bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 geen zetel had behaald. De vrouw, die sinds december 2017 in dienst was en €3.750 bruto per maand verdiende, kreeg op 26 maart te horen dat haar contract per 1 mei zou eindigen.
De stichting had voor dit bedrijfseconomische ontslag geen toestemming gevraagd aan het UWV. Ook hield zij een opzegtermijn van één maand aan, terwijl dat er wegens het ruim achtjarige dienstverband twee hadden moeten zijn. De werknemer vroeg niet om herstel van haar dienstverband, maar om financiële compensatie. Omdat de stichting geen verweer voerde, wees de kantonrechter in Den Haag alle vorderingen toe.
De werkgever moet in totaal €28.382 bruto betalen: €12.182 aan transitievergoeding, €4.050 wegens de te korte opzegtermijn en €12.150 aan billijke vergoeding. Daarbovenop komen wettelijke rente en €814 aan proceskosten. De rechter kwalificeerde het ongeldig opzeggen als ernstig verwijtbaar handelen. De uitspraak dateert van 31 augustus 2026 en werd op 21 september openbaar; de werknemer ontvangt sinds 1 juni een WW-uitkering.
Bij ontslag omdat werk vervalt, moet een werkgever eerst UWV-toestemming krijgen, tenzij de werknemer schriftelijk instemt. Voor andere ontslaggronden is meestal de kantonrechter de aangewezen route. Werknemers moeten daarom niet zomaar een ontslagbrief tekenen, de juiste opzegtermijn controleren en snel juridisch advies inwinnen. Wie een ongeldige opzegging aanvecht, kan kiezen voor vernietiging van het ontslag of een billijke vergoeding. Voor zo’n verzoek gelden korte termijnen.
Vandaag Inside: Raymond Mens: 'Ik denk dat wij nu veel meer met Donald Trump te maken krijgen'