Pentagon slaat alarm: Kijkt Israël mee achter de schermen in Washington?
In dit artikel:
Het Pentagon heeft volgens meerdere Amerikaanse functionarissen het alarmniveau voor mogelijke Israëlische spionage tegen de Verenigde Staten recent verhoogd naar het hoogste niveau. De militaire inlichtingendienst DIA heeft Israël in een intern document van zeven pagina’s als een “kritieke” contraspionagedreiging bestempeld — de zwaarste classificatie die de dienst kan toekennen — en concludeert dat Israël over aanzienlijke menselijke en technische middelen beschikt. Het rapport verwijst bovendien naar meerdere incidenten die zorgen hebben aangewakkerd.
De Amerikaanse vrees concentreert zich op één kernvraag: probeert Israël inzicht te verkrijgen in interne besluitvorming binnen de regering-Trump, met name over beleidskeuzes rond het Midden-Oosten en de harde of diplomatieke aanpak ten opzichte van Iran? Washington zou vrezen dat Israël actief informatie verzamelt over hoge bestuursdiscussies die gevolgen kunnen hebben voor de regionale machtsverhoudingen.
Vanuit Jeruzalem worden de beschuldigingen resoluut ontkend. De Israëlische ambassade in Washington zegt dat Israël geen inlichtingen over Amerikaanse instellingen of regeringsfunctionarissen verzamelt en dat de inlichtingendiensten zich op vijanden richten, niet op bondgenoten. Ook het Witte Huis noemt het verhaal onjuist en gebaseerd op gebrekkige kennis van de feiten.
De timing van de publicatie valt samen met groeiende spanningen tussen president Trump en premier Netanyahu. Terwijl Washington sinds het staakt‑het‑vuren in april probeert te werken aan een diplomatieke regeling met Teheran, pleit Netanyahu openlijk voor een hardere koers tegen Iran — een tegenstelling die de relevantie van Amerikaanse besluitvorming voor Israël vergroot.
Spionage tussen bondgenoten komt vaker voor, maar Amerikaanse functionarissen zeggen dat de vermeende activiteiten in dit geval verder zouden gaan dan wat gewoonlijk wordt getolereerd. Of de aantijgingen ooit onomstotelijk bewezen worden en welke schade ze zouden toebrengen aan de nauwe veiligheids‑ en inlichtingenbanden tussen de twee landen, blijft onzeker.