Pensioenhervorming klaar voor stemming: wat verandert er nu concreet voor jou?

maandag, 9 maart 2026 (19:35) - VRT Nieuws

In dit artikel:

De federale regering (de Arizonaregering) heeft de wetteksten voor een ingrijpende pensioenhervorming afgerond en naar het parlement gestuurd; als alles volgens planning verloopt, zouden de maatregelen nog voor de zomer in voege kunnen treden. Minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) presenteert de hervorming als een pakket dat zowel de (vroegst mogelijke) pensioenleeftijd als de hoogte van pensioenen aanpast. De maatregelen worden in twee hoofdgroepen aangeboden: veranderingen die invloed hebben op wanneer je kunt stoppen met werken, en aanpassingen die bepalen hoe hoog je pensioen wordt.

Belangrijke veranderingen voor de pensioenleeftijd
- Nieuwe definitie van een loopbaanjaar: een volledig loopbaanjaar vereist voortaan 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen in plaats van 104. Gelijkstellingen (zoals ziekte, moederschapsrust, zorgverlof, tijdelijke werkloosheid) blijven bestaan maar de drempel stijgt, wat voor ongeveer 30% van de werknemers tot een hogere vroegst mogelijke pensioenleeftijd kan leiden; volgens de minister heeft 70% er geen nadeel van.
- Overgangsmaatregelen: wie vroeg (18–20) begon met werken krijgt de optie om vanaf 60 met vervroegd pensioen te gaan na 42 loopbaanjaren, mits die jaren gemiddeld 234 gewerkte dagen per jaar (75% tewerkstelling) omvatten.
- Bepaalde sectoren: rijdend personeel van de NMBS en militairen, die nu soms al rond 55–56 met pensioen kunnen, zien hun pensioenleeftijd geleidelijk oplopen naar de wettelijke leeftijd; vanaf 2027 stijgt die leeftijd elk jaar met één jaar.
- Ambtenaren: de verhogingscoëfficiënt van 1,05 (waardoor dienstjaren zwaarder wegen) wordt vanaf 2027 afgebouwd. Enkel voor kleuter-, lager- en secundair onderwijs en voor actieve diensten zoals politie, brandweer, loodsen, luchtverkeersleiders en bepaalde militaire functies blijft vanaf 2031 nog een coëfficiënt van 1,025 bestaan.
- Verlofregels voor ambtenaren worden aangescherpt: eindeloopbaanregelingen tellen maximaal twee jaar mee, zonder motief is verlof geen gelijkstelling meer, zorgverlof wordt beperkt tot 24 maanden en wie loopbaanonderbreking met RVA-uitkering neemt, moet een bijdrage betalen om die periode te laten meetellen.

Aanpassingen die het pensioenbedrag beïnvloeden
- Bonus en malus: er komt een systematiek die werken en pensioen sterker verbindt. Personen geboren in of na 1975 die vóór de wettelijke pensioenleeftijd met pensioen gaan, krijgen een malus van ongeveer 5% per jaar vervroegd pensioen (bij oudere generaties gelden lagere percentages). Omgekeerd levert werken na de wettelijke pensioenleeftijd (voor wie in 1973 of later geboren is) een bonus van ongeveer 5% per extra gewerkt jaar op. Veel mensen voldoen aan de voorwaarden op de vroegst mogelijke leeftijd of kunnen door enkele maanden langer werken een malus vermijden.
- Referteperiode ambtenaren: het berekeningsvenster voor statutaire ambtenaren (nu vaak de laatste 10 jaar) wordt zeer geleidelijk opgetrokken zodat het uiteindelijk gelijkloopt met de gemiddeldeperiode van 45 loopbaanjaren; die uitbreiding start op 1 januari 2027 en is afgerond tegen 2062 voor mensen geboren vanaf 1997.
- Loopbaanbreuk geëgaliseerd: diverse voordelige tantièmes voor sommige ambtenaren (bv. 1/50, 1/55) vervallen, vanaf 1 januari 2027 geldt overal de standaard 1/60; verworven rechten blijven behouden, dus de maatregel geldt voor toekomstige jaren.
- Abschaffing van perequatie: het systeem waarbij ambtenarenpensioenen bijkomend bovenop de index konden stijgen, wordt volledig geschrapt wegens ongelijkheid tussen sectoren; in plaats daarvan komt een nieuwe welvaartsenveloppe.
- Strengere gelijkstelling voor SWT, werkloosheid en landingsbanen: deze periodes blijven meerekenen maar minder gunstig — het fictieve loon voor die periodes wordt laag en er komt voor wie vanaf 1968 geboren is een plafond: zulke gelijkgestelde periodes mogen maximaal 20% van de loopbaan uitmaken; overschrijdende dagen tellen niet meer mee. Tijdelijke werkloosheid blijft volledig gelijkgesteld. Voor bepaalde kwetsbare beroepen (havenarbeiders, vissers, kunstwerkers) zijn overgangsmaatregelen voorzien.
- Ziektepensioen en re-integratie: de instroom naar ziektepensioen voor federale, vastbenoemde ambtenaren wordt stopgezet vanaf juni 2026; werkgevers krijgen daarmee meer financiële en operationele verantwoordelijkheid voor re-integratie. Het cumuleren van ziektepensioen met (gedeeltelijk) arbeidsinkomen wordt versoepeld.
- Progressieve werkhervatting: eerdere straf voor wie na arbeidsongeval of beroepsziekte minder dan 66% hervatte verdwijnt. De gelijkstelling verloopt voortaan proportioneel met de mate van arbeidsongeschiktheid, zonder onderscheid tussen tijdelijk of blijvend.

Doel en verwacht effect
De regering zegt met deze hervormingen de link tussen werken en pensioen te versterken, sectorverschillen te verkleinen en de houdbaarheid van het stelsel te verbeteren. Volgens Jambon zullen veel gepensioneerden of nabije gepensioneerden weinig merkbare verandering ondervinden door overgangsmaatregelen; tegelijk raken vooral jongere ambtenaren en mensen met gefragmenteerdere loopbanen gevoeliger aan de wijzigingen. Het parlement moet de teksten nog goedkeuren voordat de invoering definitief wordt.