Pensioenfondsen verhogen uitkeringen, maar sommigen krijgen minder dan ze verwachten: deze mensen zien stijging op hun bankrekening
In dit artikel:
Het ministerie van Sociale Zaken meldde recent dat Nederlandse pensioenfondsen de uitkeringen gemiddeld met zo’n 14% verhogen, maar de concrete stijging verschilt sterk per fonds en soms per deelnemer. De belangrijkste oorzaak is de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel: fondsen hoeven minder buffers aan te houden, waardoor vrijgekomen geld — de zogenoemde „invaarbonus” — aan deelnemers kan worden uitgekeerd. Daarbij hielp dat de financiële posities van veel fondsen het afgelopen jaar verbeterden.
Niet iedereen profiteert evenveel. Ongeveer vier miljoen mensen met een pensioen bij een fonds zien hun uitkering omhooggaan (ook deelnemers die nog niet gepensioneerd zijn merken een hogere verwachting), maar tienduizenden mensen met een uitkeringsrelatie bij een verzekeraar krijgen doorgaans geen invaarbonus omdat verzekeraars de buffers niet loslaten.
De hoogte van de verhoging hangt eerst af van hoe gezond een fonds financieel staat. Daarnaast kan binnen hetzelfde fonds de verhoging per pensioengerechtigde verschillen vanwege de zogenoemde spreidingstermijn: die weerspiegelt hoeveel toekomstige verhogingen iemand statistisch nog nodig heeft. Jongere gepensioneerden (bijv. 67) krijgen vaak een grotere eenmalige bonus dan oudere (bijv. 80), omdat zij meer toekomstige indexaties nodig hebben. Fondsen die een spreidingstermijn van één jaar hanteren, geven wel voor iedereen hetzelfde percentage.
Formeel gaan de hogere pensioenen per 1 januari in, maar de uitbetalingen volgen vaak later; in het voorjaar valt meestal de eerste verhoogde betaling inclusief nabetaling voor de eerste maanden. Niet alle fondsen stappen dit jaar over naar het nieuwe stelsel: grote spelers zoals ABP en PME schuiven de overgang naar volgend jaar.