Pensioenfonds ABP investeert honderden miljoenen in omstreden techbedrijf Palantir
In dit artikel:
Palantir, het Amerikaanse data‑ en AI‑bedrijf dat veel systemen levert aan legers en opsporingsdiensten, wordt al jaren in verband gebracht met ernstige mensenrechtenschendingen in de Verenigde Staten en de Palestijnse gebieden. Desondanks bleek het Nederlandse pensioenfonds ABP vorig jaar grote bedragen in het bedrijf te hebben gekocht: in juni 2025 voor circa €635 miljoen en eind september 2025 opgehoogd tot ongeveer €825 miljoen, waarmee Palantir in ABP’s top‑25 aandelen terechtkwam.
De controverse rond Palantir draait om het gebruik van zijn software door onder meer het Israëlische leger (IDF) en de Amerikaanse immigratiedienst ICE. Kritieken variëren van het mogelijk faciliteren van grootschalige bombardementen en geautomatiseerde doelwitselectie in Gaza, tot surveillance en opsporing van migranten in de VS — inclusief een door 404 Media onthulde app (ELITE) die migranten in wijken identificeert en dossiers toegankelijk maakt voor ICE-agenten. Palantir ontkent betrokkenheid bij sommige programma’s, maar CEO Alex Karp zei publiekelijk dat de software wordt ingezet om mensen te doden en noemde slachtoffers “nevenschade”; in andere uitlatingen vergelijkt hij de impact van Palantir‑tools met “tactische nucleaire wapens”.
De kritiek leidde ertoe dat beleggers als Storebrand en CANDRIAM hun belangen verkochten nadat zij concludeerden dat Palantir mogelijk bijdroeg aan surveillance van Palestijnen en andere schendingen. Ook rapporten van Amnesty en een VN‑speciale rapporteur (Francesca Albanese) stelden in 2024–2025 dat er reden was om claims serieus te nemen. Tegelijkertijd groeide Palantirs beurswaarde sterk sinds de terugkeer van Donald Trump, mede door lucratieve contracten met Amerikaanse overheidsdiensten.
ABP stelt dat het de OESO‑richtlijnen en VN‑principes voor mensenrechten volgt, maar maakte geen openbaar welke due‑diligence‑maatregelen of engagements het fonds voerde met Palantir. In de gepubliceerde engagementoverzichten van ABP uit 2024 komt Palantir niet voor. Experts vinden dat opmerkelijk: volgens hoogleraar Liesbeth Enneking hoort een belegger transparant te zijn over risico’s en te bewijzen dat hij heeft geprobeerd schendingen te beperken; anders ontstaat het risico op medeverantwoordelijkheid. Europarlementariër en criticus Sophie in ’t Veld noemde de investering “schandalig”.
Onder ambtenaren en deelnemers leeft onvrede. Een groep onder de naam ABP Nederzettingvrij overhandigde in juli 2025 een petitie met ruim 4.500 handtekeningen waarmee het fonds werd opgeroepen te stoppen met investeringen in bedrijven die aan de Israëlische nederzettingen zouden bijdragen. Initiatiefnemer Nurullah Gerdan zegt dat de gesloten houding van ABP over de Palantir‑positie deelnemers machteloos maakt: hun verplichte premiebetalingen financieren bedrijven waarvan zij de praktijken afkeuren, zonder dat het fonds openheid van zaken geeft.
Kort samengevat: Palantir blijft sterk groeiende inkomsten en staatscontracten binnenhalen, maar staat internationaal ter discussie vanwege mogelijke bijdragen aan mensenrechtenschendingen. ABP’s forse investering heeft veel kritiek opgeroepen omdat het fonds weinig zichtbaarheid geeft op de risicoanalyse en op eventuele stappen om negatieve effecten te beperken, waarmee het volgens deskundigen afwijkt van gangbare richtlijnen voor verantwoord beleggen.