Pensioendienst vorderde ten onrechte tienduizenden euro's terug van slachtoffers aanslagen 22 maart
In dit artikel:
Veertien slachtoffers van de aanslagen van 22 maart kregen onterecht van de federale pensioendienst de vraag om tienduizenden euro’s (in enkele gevallen zelfs enkele honderdduizenden) terug te betalen. In totaal ontvangen ongeveer 600 betrokkenen een zogenaamd herstelpensioen: een levenslange maandelijkse vergoeding voor blijvende schade, bestemd voor deels invalide directe slachtoffers en nabestaanden.
Het herstelpensioen functioneert als een residuaire vergoeding: andere vergoedingen (bijvoorbeeld uit verzekeringen) moeten ervan worden afgetrokken om dubbele compensatie te voorkomen. Volgens slachtoffervereniging Life for Brussels kwamen door die verrekening in 2024 en 2025 bij sommige dossiers hoge terugvorderingen terecht.
De pensioendienst erkent dat de terugvorderingen onterecht waren. Oorzaak is vertraagde of ontbrekende informatie over aftrekbare bedragen; die data worden gebruikt om toekomstige uitkeringen aan te passen, maar hadden niet moeten leiden tot terugvorderingen van al uitgekeerde bedragen. De dienst zegt de fout te herstellen: de ten onrechte gevraagde bedragen zullen binnenkort worden terugbetaald en de veertien betrokken mensen zijn geïnformeerd.
Daarnaast stuurde de pensioendienst 43 slachtoffers een brief die mogelijk dubbelzinnig overkwam; zij krijgen spoedig een verduidelijking waarin staat dat zij niets hoeven terug te storten, hoewel hun toekomstige uitkeringen wel kunnen worden bijgesteld.