PEILING. Bijna twee derde van de Nederlanders voor terughoudender transgenderzorg, 'Dutch Protocol' gaat te ver
In dit artikel:
De auteur vraagt zich af of Nederland zijn aanpak van transgenderzorg voor minderjarigen moet herzien. Nederland liep internationaal voorop met het zogenoemde Dutch Protocol, waarbij jongeren met genderdysforie onder voorwaarden puberteitsremmers en later hormonen konden krijgen. Volgens critici zijn de langetermijnrisico’s onvoldoende onderzocht, is niet duidelijk of de wens tot transitie blijvend is en spelen bij deze jongeren vaak ook psychische of andere problemen. Verschillende landen hebben daarom een terughoudender koers gekozen.
De Nederlandse Gezondheidsraad concludeerde eind juni echter dat de zorg voor minderjarigen zorgvuldig is ingericht en niet ingrijpend hoeft te veranderen. De auteur is daar kritisch over en verwijst naar een peiling van Maurice de Hond naar de publieke opinie. Daaruit blijkt dat 19 procent denkt dat artsen kunnen voorspellen of een kind blijvend in transitie wil. 75 procent ziet meer in psychologische dan in medische behandeling.
Over de prioriteiten in de zorg verschillen Nederlanders van mening: 35 procent vindt het voorkomen van te vroege, onomkeerbare keuzes het belangrijkst, 28 procent wil vooral dat kinderen hun geboortegeslacht leren accepteren en 25 procent benadrukt het voorkomen van lange wachttijden. Bijna de helft vindt dat ouders over puberteitsremmers moeten kunnen beslissen; 35 procent legt die beslissing bij het kind vanaf 16 jaar en 8 procent al vanaf 12 jaar. In totaal wil ongeveer twee derde van de ondervraagden dat Nederland de huidige aanpak afremt. De auteur concludeert dat het Dutch Protocol volgens hem een koerswijziging nodig heeft.
De Oranjezomer: Raymond Mens kritisch op Rob Jetten: 'Hij is onzichtbaar, op moeilijke momenten hoor je hem niet!'