Pedro Sánchez voorspelt een linkse ommekeer
In dit artikel:
Pedro Sánchez riep op 18 april in Barcelona een internationale top van centrum-linkse leiders bijeen om een tegengewicht te vormen tegen het opkomende extreemrechts, met name de politiek van Donald Trump en bondgenoten. Aan de progressieve conferentie namen presidentsleiders en hoge vertegenwoordigers uit zowat twintig landen deel, onder wie Lula (Brazilië), Claudia Sheinbaum (Mexico), Gustavo Petro (Colombia) en Cyril Ramaphosa (Zuid-Afrika). Sánchez gebruikte de bijeenkomst om op gepassioneerde wijze het zelfvertrouwen van progressieve krachten te herstellen en stelde dat de schaamte voortaan bij wie onrecht tolereert, werknemers uitbuit of oorlog steunt zou liggen.
De top bevestigde Sánchez’ opstelling als prominent initiatiefnemer van een internationaal progressief front; collega’s prezen zijn initiatief en benadrukten dat het momentum kan bieden aan een hernieuwde politieke meerderheid. Lula noemde Sánchez’ initiatief "iets buitengewoons" en de Italiaanse Elly Schlein loofde de nadruk op vredesstandpunten.
De timing leek gunstig: de bijeenkomst kwam kort na politieke tegenslagen voor enkele rechtse leiders in Europa en incidenten rond Trump, wat in het artikel wordt gepresenteerd als mogelijk kantelpunt in de geopolitieke balans. Tegelijk stuitte Sánchez op felle tegenreacties van rechts. Trump bekritiseerde de Spaanse economie, en de Madrileense conservatieve politica Isabel Díaz Ayuso bestempelde de top als een samenkomst van 'narcostaten' en organiseerde in Madrid een paralleltreffen met de Venezolaanse ultrarechtse oppositie — waarbij ook racistische leuzen tegen de Venezolaanse politica Delcy Rodríguez werden geuit.
Kortom: Barcelona fungeerde als vlaggenschip voor een nieuwe progressieve mobilisatie, maar confronteerde onmiddellijk tegenaanvallen van tegenstanders op binnen- en buitenlands niveau.