Payoke vraagt overheid: slachtoffers mensenhandel in Aalst eerst laten getuigen, niet uitzetten
In dit artikel:
In Aalst viel de politie, samen met de Dienst Vreemdelingenzaken, de Vlaamse Sociale Inspectie en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening in de nacht van dinsdag op woensdag een woning met studentenkamers binnen. In de woning werd een gezochte man aangetroffen en bleken zes vrouwen uit Spanje, Brazilië en Colombia illegaal als prostituee te werken. De vrouwen werden naar een gesloten centrum gebracht en dreigen uitgewezen te worden.
Payoke, het Vlaamse steun- en opvangcentrum voor slachtoffers van mensenhandel, reageert verontrust en zegt dat de betrokken diensten wettelijk verplicht zijn bij zulke vaststellingen te onderzoeken of er sprake is van mensenhandel. Als er aanwijzingen zijn, moet meteen een erkend gespecialiseerd centrum worden ingeschakeld zodat slachtoffers toegang krijgen tot opvang, begeleiding en een beschermings- of verblijfsprocedure. Volgens Payoke is dat in deze zaak niet gebeurd; zij kregen geen melding.
Directe uitzetting kan volgens Payoke leiden tot herhaalde uitbuiting en het verlies van cruciale getuigenverklaringen. Inge Saris, directeur van Payoke, wijst erop dat getuigenissen vaak de belangrijkste bewijsmiddelen zijn bij onderzoeken naar mensenhandel en dat slachtoffers eerst in veilige omstandigheden moeten kunnen spreken. “Mensenhandel los je niet op door slachtoffers te deporteren,” aldus Saris.
Payoke dringt er dus op aan signalen van uitbuiting ernstig te nemen en de wettelijke beschermingsprocedure strikt toe te passen, zowel om slachtoffers te beschermen als om mensenhandelaars effectief te vervolgen.