Paus Leo XIV treft steeds minder katholiek Spanje aan, maar jongeren breken de trend
In dit artikel:
Paus Leo XIV bezoekt Spanje van 6 tot 12 juni en brengt stops in Madrid, Barcelona en op de Canarische Eilanden. Zijn komst valt samen met een land waarin de publieke zichtbaarheid van katholieke tradities — vooral rond Pasen en Kerst — een ander beeld schetst dan de werkelijke geloofspraktijk. Hoewel de Spaanse bisschoppenconferentie nog steeds invloed uitoefent op het maatschappelijke debat, ligt de dagelijkse godsdienstbeleving dichter bij die van andere westerse landen.
Cijfers laten een snelle ontkerkelijking zien. Volgens de European Social Survey noemde 75% van de Spanjaarden zich in 2002 rooms-katholiek; in 2022 was dat gedaald naar 50%, een daling van 25 procentpunten — sneller dan in andere traditioneel katholieke landen (bijv. Polen 92→83, Italië 75→72, Portugal 83→66). Het Spaanse onderzoeksbureau CIS toont vergelijkbare trends: ongeveer 72% in 2011 tegenover 53% in 2026. Actieve kerkbezoekjes zijn zeldzaam: slechts circa 18% gaat minstens eens per maand naar de mis. De meerderheid beschouwt het katholicisme vooral als culturele erfenis — sociologisch katholieken — een patroon dat historisch samenhangt met het langdurige kerk-staatmonopolie.
Een opvallende kentering doet zich voor bij jongeren: na jaren van daling stijgt het aandeel zelfbenoemde katholieke jongeren onder 30 opnieuw van een dieptepunt van 34% in 2022 naar 39% nu. Onderzoekers relateren die toename aan onzekerheid over de toekomst: precaire inkomens, torenhoge woningprijzen en zorgen over de verzorgingsstaat stimuleren bij jonge mensen een hernieuwde interesse in religie als antwoord op kwetsbaarheid.
Kortom: Spanje blijft cultureel katholiek zichtbaar, maar religieuze binding en regelmatige praktijken zijn sterk afgenomen — met een opmerkelijke en mogelijke opleving onder de jeugd.