Paus Leo XIV spreekt zegen Urbi et Orbi uit, en hekelt "brullende wapens" in Oekraïne en Gaza
In dit artikel:
Paus Leo XIV sprak dit jaar voor het eerst zijn kerstgroet en de plechtige Urbi et Orbi-zegen vanaf het balkon van de Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad. Ondanks regen stonden naar schatting 26.000 mensen op het Sint-Pietersplein. Urbi et Orbi — de officiële zegen voor Rome en de wereld die miljoenen via tv en radio volgen — markeerde voor Leo XIV ook de gelegenheid om zich als paus van vrede en verantwoordelijkheid te profileren.
In zijn kersttoespraak riep hij op tot erkenning van eigen fouten en tot solidariteit met wie lijden: oorlogsslachtoffers, migranten en gevangenen in erbarmelijke omstandigheden. Hij vroeg nadrukkelijk aandacht voor actuele conflictgebieden, met expliciete verwijzingen naar Gaza (waar hij sprak over honger en armoede), het volledige Midden-Oosten (Libanon, Palestina, Israël, Syrië) en Oekraïne, waarbij hij het “gebrul van de wapens” wilde stoppen en pleitte voor een oprechte, directe en respectvolle dialoog ondersteund door de internationale gemeenschap. Ook landen die vaak over het hoofd worden gezien — zoals Zuid-Soedan, Mali, Jemen, Burkina Faso en de Democratische Republiek Congo — kwamen aan bod, net als hoop op verzoening in Myanmar en betere betrekkingen tussen Thailand en Cambodja. Daarnaast betuigde hij medeleven met slachtoffers van recente natuurrampen in Zuid-Azië en Oceanië.
Opvallend aan zijn optreden was het gebruik van meerdere talen — Engels, Spaans, Frans en Chinees — wat een breuk betekent met zijn voorganger Franciscus, die de zegen meestal in het Italiaans uitsprak. Die taalkeuze onderstreept Leo XIV’s aandacht voor de wereldkerk en getroffene regio’s.
Na zijn eerste kerstnachtmis en de mis op eerste kerstdag maakte de paus een rondrit over het plein. De komende weken blijven druk: op 6 januari sluit hij de Heilige Deur, waarmee het Heilig Jaar 2025 officieel eindigt, en kort daarna roept hij het kardinalencollege bijeen om over zware dossiers te overleggen — een duidelijke indicatie dat de ‘wittebroodsweken’ voorbij zijn.