Paul Cohen onderzoekt in deze film (mede)menselijkheid aan de hand van het reisdagboek van zijn Joodse vader
In dit artikel:
In 1947 reist de Joodse student Bram Cohen voor het eerst vrij per trein van Nederland via het gehavende Duitsland naar Kopenhagen. Bram keert terug uit een Japans interneringskamp in voormalig Nederlands-Indië en ontdekt bij thuiskomst dat een groot deel van zijn familie is omgekomen. In een nauwkeurig bijgehouden reisdagboek noteert hij mengelingen van triomf, woede en langzaam opkomende compassie — bijvoorbeeld wanneer zijn aanvankelijke minachting voor bedelende Duitse kinderen plaatsmaakt voor medeleven.
Decennia later vindt zijn zoon Paul Cohen het dagboek, ruim na Brams plotselinge overlijden in 1975. Paul gebruikt die teksten als leidraad voor zijn film De man met de glimlach: hij leest het dagboek in voice-over, monteert privé- en archiefbeelden van het naoorlogse Europa en volgt zijn zus Inge over dezelfde treinroute van toen. Tegelijk interviewt hij hedendaagse reizigers over hun eigen oorlogstrauma’s en de zoektocht naar vergeving. Visueel balanceert de film tussen documentaire-archief en poëtische treinbeelden; soms lijken de camerabeelden gewichtloos.
Hoewel familiegeschiedenis, Brams mogelijke posttraumatische stoornis en zijn rol binnen het gezin worden aangestipt — de kinderen noemen hem op een gegeven moment ‘de huisterrorist’ — is het centrale thema het herwinnen van menselijkheid na extreme ontwrichting. De film laat zien hoe persoonlijke herinnering, vergeving en liefde elkaar kunnen opvolgen en biedt daarmee een gelaagde beschrijving van herstel in het spoor van de oorlog.