Partner overleden? Je AOW kan dezelfde maand al stijgen

dinsdag, 15 september 2026 (05:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Wie zelf AOW ontvangt en na het overlijden van de partner alleen achterblijft, krijgt vanaf de maand van overlijden in principe het hogere bedrag voor alleenstaanden. De SVB past dit doorgaans automatisch aan; de verwerking kan wel later zichtbaar worden. Wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, krijgt daardoor geen vervroegde AOW.

Vanaf 1 juli 2026 bedraagt een volledige AOW voor alleenstaanden €1.662,16 bruto per maand, tegenover €1.139,39 bruto per persoon voor gehuwden en samenwonenden. Met loonheffingskorting is dat respectievelijk €1.581,55 en €1.084,13 netto: een stijging van €497,42 per persoon. Toch kan het totale huishoudinkomen dalen. Twee partneruitkeringen leveren in het voorbeeld €2.168,26 netto op, terwijl één alleenstaandenuitkering €1.581,55 bedraagt. Aanvullende pensioenen, nabestaandenpensioen en toeslagen kunnen de uiteindelijke situatie veranderen.

De AOW van de overledene stopt de dag na het overlijden. Te veel betaalde bedragen kunnen worden verrekend met het vakantiegeld en de overlijdensuitkering, die normaal bestaat uit één maand AOW plus vakantiegeld. Deze uitkering wordt doorgaans automatisch aan de partner betaald, maar geldt niet voor duurzaam gescheiden levende partners. Eenmalige bijschrijvingen moeten daarom niet worden beschouwd als vast maandinkomen.

Bij een overlijden in Nederland ontvangt de SVB de melding via de gemeente. Bij overlijden in het buitenland moet de nabestaande dit binnen vier weken melden als de partner in Nederland woonde, of binnen zes weken als de overledene buiten Nederland woonde. Het is verstandig de SVB-brieven, jaaropgave en afrekening te bewaren en vaste maandinkomsten los te zetten van eenmalige betalingen. Ook een eerdere verpleeghuisopname kan het ontvangen AOW-bedrag hebben beïnvloed.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen: 'Die man kan bij mij nooit meer wat goed doen!'