Partij voor de Dieren wil visserij Scheveningen opofferen voor woningen
In dit artikel:
De Partij voor de Dieren wil dat de visserij uit de Scheveningse haven plaatsmaakt voor woningbouw en stelde dit tijdens een commissiedebat in de Haagse gemeenteraad aan de orde. Leonie Gerritsen noemde de visserij bestrijdbaar wegens dierenwelzijn en milieu en karakteriseerde de sector als “de bio-industrie van de Noordzee”; zij pleit voor een geleidelijke afbouw zodat ruimte vrijvalt voor huizen. Wethouder Saskia Bruines (D66) houdt echter vast aan de huidige havenvisie: Scheveningen blijft een werkhaven en er komen geen extra woningen, en de raad besluit eind januari over die visie.
Het voorstel leidde tot felle kritiek, vooral vanuit coalitiepartijen. CDA-raadslid Hinke de Groot waarschuwt dat ontruiming gezinnen hun brood kost en de voedselvoorziening raakt; D66’er Andrew van Esch benadrukt dat de stad ook economisch bestuurd moet worden. De Groot betoogt bovendien dat de haven een rol kan spelen in verduurzaming; hierover bestaat politieke verdeeldheid. GroenLinks en PvdA reageren voorzichtiger: zij zien in dat verandering nodig kan zijn, maar wijzen ook op de beperkte omvang en het krimpende karakter van werkgelegenheid in de visserij en pleiten niet voor een algeheel verbod.
Samengevat botst een dierenwelzijns- en klimaatmotief voor transformatie met zorgen over traditie, banen en economie; de beslissing over de toekomst van de haven volgt komende maand.