Parlement Israël stemt voor omstreden doodstrafwet
In dit artikel:
Het Israëlische parlement heeft na meerdere stemrondes ingestemd met een omstreden wet die de doodstraf mogelijk maakt voor moord gepleegd met een terroristisch motief. 62 van de 120 Knessetleden steunden het voorstel; premier Benjamin Netanyahu was aanwezig en stemde voor. De maatregel verplicht militaire rechtbanken om bij een veroordeling wegens terroristische moord de doodstraf op te leggen, met een executie binnen negentig dagen en zonder mogelijkheid tot hoger beroep. Afwijken kan alleen onder uitzonderlijke omstandigheden.
Israël kent de doodstraf formeel sinds 1948, maar die werd niet meer uitgevoerd sinds de terechtstelling van nazi-topman Adolf Eichmann in 1962. Omdat militaire rechtbanken veel zaken uit de bezette Westelijke Jordaanoever behandelen, vrezen critici dat de nieuwe regel in de praktijk vrijwel uitsluitend tegen Palestijnen zal worden toegepast. Civiele rechtbanken behouden de mogelijkheid tot levenslange gevangenisstraf; de wettekst is zodanig geformuleerd dat het volgens tegenstanders onwaarschijnlijk is dat Joodse Israëliërs de nieuwe straf zullen krijgen, terwijl Palestijnse burgers er wel door worden geraakt.
Mensenrechtenorganisaties en de VN noemen de wet discriminerend, draconisch en in strijd met internationale normen; Amnesty spreekt van een “discriminerend” voorstel binnen een bredere context van ongelijke behandeling. Ook vier Europese landen (VK, Frankrijk, Duitsland, Italië) en later Nederland riepen Israël op de invoering te heroverwegen. VN-mensenrechtenchef Volker Türk waarschuwde dat de tekst vaag en openstaat voor misbruik.
De wet is een initiatief van extreemrechtse coalitiepartner Otsma Jehudit en werd sterk gepusht door minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben‑Gvir, die druk zette op coalitiegenoten en met terugtrekking van steun dreigde. De wet moet binnen dertig dagen ingaan; verwacht wordt dat tegenstanders het Hooggerechtshof zullen vragen de uitvoering te blokkeren.