Paradox van West-Europese staten: Te zwak tegen gevaren, te sterk tegen burgers
In dit artikel:
De auteur betoogt dat West-Europa te maken heeft met een gezagscrisis. Het gezag van de staat berust volgens hem op een sociaal contract: burgers accepteren overheidsmacht in ruil voor bescherming en veiligheid. Wanneer overheden die bescherming niet langer geloofwaardig bieden, bijvoorbeeld tegen criminaliteit, terrorisme of ongecontroleerde migratie, verliezen zij volgens de auteur hun legitimiteit.
Migratie vormt in zijn analyse het duidelijkste voorbeeld. Europese staten zouden al jaren onvoldoende bepalen wie het grondgebied binnenkomt, wie mag blijven en wie moet vertrekken. Als illustratie verwijst de auteur naar het Verenigd Koninkrijk. Daar kreeg volgens berichtgeving een voormalige Palestijnse lijfwacht van Hamasleider Ismail Haniyeh asiel en later de Britse nationaliteit, waarna hij vanuit Engeland terreuraanslagen zou hebben voorbereid. Tegelijk wil de Britse regering een hervestigingsregeling voor vluchtelingen, met voorrang voor Palestijnen, opnieuw openen. Ook noemt de auteur de tienduizenden migranten die sinds juli 2024 via het Kanaal het land binnenkwamen en de plannen om ruim 1.200 mannelijke asielzoekers onder te brengen in het kleine dorp Piddington.
Ook Duitsland zou zijn greep op migratie kwijt zijn. Volgens de aangehaalde cijfers bevonden zich daar eind 2024 meer dan 220.000 mensen illegaal in het land, onder wie velen die al jaren eerder hadden moeten vertrekken. De auteur stelt dat een overheid die mensen niet kan monitoren of uitzetten, waaronder personen die later geweld plegen, zelf bijdraagt aan het veiligheidsprobleem. Het toenemende aantal anti-immigratieprotesten en de groei van partijen als de AfD ziet hij als een rechtstreeks gevolg van die bestuurlijke onmacht.
De tekst bekritiseert daarnaast de evacuatie en opvang van Palestijnse studenten. Aanleiding is een student van de Universiteit Maastricht die volgens de auteur op Instagram beelden van de Hamas-aanval van 7 oktober plaatste, zichzelf daarmee vereenzelvigde en sprak over het martelaarschap van zijn broer. De universiteit schorste hem voorlopig en onderzoekt of hij zijn studie onder voorwaarden kan voortzetten. Ook pro-Palestijnse bezettingen van universiteiten en een spandoek met de tekst “We Love Hamas” worden genoemd als voorbeelden waarbij autoriteiten volgens de auteur te weinig grenzen stellen.
Tegelijkertijd, zo luidt de centrale paradox, beperken overheden juist steeds vaker de vrijheden van burgers die zich wel aan de regels houden. Vooral de vrijheid van meningsuiting en informatie staat volgens de auteur onder druk. Hij verwijst naar Duitse voorstellen van bondskanselier Friedrich Merz om sociale media sterker te reguleren na een verkiezingswinst van de AfD, en naar diens vele aangiftes wegens belediging. In het Verenigd Koninkrijk zouden volgens de Free Speech Union duizenden mensen zijn gearresteerd of veroordeeld voor zogenoemde ‘speech offences’, waaronder berichten op sociale media en memes.
Verder noemt de auteur plannen voor strengere aanpak van islamofobie, mogelijke beperkingen op VPN’s en initiatieven tegen desinformatie, zoals een Brits informatiecentrum. Ook Europese plannen om kinderen online te beschermen worden kritisch besproken. Hoewel bescherming van minderjarigen een legitiem doel is, vreest de auteur dat leeftijdsverificatie, het verdwijnen van online anonimiteit en bredere regelgeving uiteindelijk de privacy en vrijheid van alle Europeanen aantasten.
De auteur erkent dat niet iedere vorm van maatschappelijke normvervaging de schuld van de overheid is. Burgers die hulpverleners bedreigen of ouders die hun kinderen niet opvoeden, dragen daar zelf verantwoordelijkheid voor. Zijn conclusie is echter dat West-Europese regeringen onvoldoende optreden tegen groepen die de veiligheid en het gezag ondermijnen, terwijl zij de rechten van gehoorzame burgers steeds verder inperken. Die combinatie van bestuurlijke onmacht en toenemende controle noemt hij uiteindelijk zelf staatsgevaarlijk.
Vandaag Inside: René van der Gijp reageert op noodlottige botsing waarna Jesús de Miguel om het leven kwam