Paradijsvogel Iddo (64) uit Groningen leefde ruig en betekenisvol
In dit artikel:
Iddo Kemp is op 6 januari op 64‑jarige leeftijd overleden. In Groningen was hij een bekend straatfiguur, maar zijn leven omvatte veel meer dan alleen dakloosheid: hij kende een lange periode van verslaving en sociaal verval, maar wist zich later weer op te richten en betekenis te geven aan zijn ervaringen.
Kemp raakte in de jaren van zijn studie aan kunstacademie Minerva verstrikt in het milieu rond Herman Brood en begon met cocaïne en heroïne. Een moeilijke jeugd — met het uit huis gezet worden op zijn twaalfde en weinig steun van zijn ouders — speelde volgens hem een rol in de ontsporing. Op latere leeftijd leefde hij onder erbarmelijke omstandigheden, onder meer in een zelfgebouwd onderkomen bij de Oosterparkwijk en steunde hij zijn verslaving soms met diefstal en oplichting. Rond 2010 kreeg hij een bijna fataal longontsteking, terwijl hij al longklachten en hiv had; dat keerpunt leidde tot hulpverlening en herstel.
Met ondersteuning van instanties vond Kemp woonruimte in de Korrewegwijk, werk in een meubelwerkplaats en stabiliteit in zijn leven. Ruim tien jaar geleden kwam hij via sociaal ondernemer Ritzo ten Cate bij het project ‘Gewoon een kop Koffie’, waarvoor hij stadswandelingen verzorgde langs de ruwe plekken van Groningen en het verhaal van verslaafden en daklozen vertelde. Hij was ook een veelgevraagd spreker in door Ritzo georganiseerde college‑tours op middelbare scholen en had een prominente rol in de documentaire Van de Straat van Rianne Albers. Door die activiteiten wist hij jongeren en publiek te laten zien dat er achter iedere dakloze een mens met een verleden schuilt.
Nationaal kreeg hij extra aandacht als de broer van zangeres en presentatrice Manuela Kemp, die in januari 2025 overleed; de twee hadden jaren weinig contact gehad maar maakten opnieuw contact toen Manuela op haar sterfbed lag.
De laatste jaren beleefde Iddo meer rust en voldoening — hij was actief online, had een huisje en een kat — en droeg zijn persoonlijke verhaal uit als waarschuwing en als oproep tot meer menselijkheid tegenover kwetsbaren in de stad.