Parade van Pen: de inkomensverdeling in 2024

maandag, 19 januari 2026 (15:16) - CBS

In dit artikel:

De Nederlandse inkomensverdeling wordt treffend zichtbaar gemaakt met Jan Pens Parade van dwergen en reuzen: een optocht waarin bijna 8,3 miljoen huishoudens in volgorde van inkomen voorbij marcheren en elk huishouden wordt uitgebeeld door een persoon wiens lengte evenredig is met dat inkomen. Wie het gemiddeld inkomen heeft (in 2024: €41,9k) staat gelijk aan een volwassen Nederlander van 1,74 m; lagere inkomens verschijnen als ‘dwergen’, hogere als ‘reuzen’.

Bij de start van de stoet, in de eerste minuten, zijn nauwelijks lengtes te zien: zo’n 29.000 huishoudens met een negatief inkomen (vooral ondernemers met verlies) lopen zelfs onder de grond voorbij. Daarna domineren kleine figuren—huishoudens met lage inkomens uit uitkering, AOW zonder aanvullingen of laagbetaald/delttijdwerk. Vanaf de vierde minuut zijn uitkerings- en pensioenontvangers oververtegenwoordigd; pas rond de 37ste minuut komt het gemiddelde huishouden in beeld. In de laatste kwart van de optocht neemt de lengte snel toe: vanaf circa de 47ste minuut passeren huishoudens met inkomens boven €50k en in de slotminuut verschijnen ‘reuzen’ met een gemiddelde lengte van 11,5 m, overeenkomend met een gemiddeld inkomen van ongeveer €276k — vaak ondernemersgezinnen en pensioenontvangers met veel vermogensinkomsten.

Om jaar-op-jaar veranderingen te meten gebruiken economen onder meer de Gini-coëfficiënt; die liep in 2024 op tot 0,308 (0 = volledig gelijk, 1 = maximale ongelijkheid). Verschillen in ongelijkheid vertonen pieken in jaren met gunstige fiscale maatregelen voor directeur-grootaandeelhouders (bijv. 2007, 2014, 2017, 2019, 2023) en in 2001 door een nieuw belastingstelsel. Historisch nam ongelijkheid toe in de late jaren ’80 door sterke loonstijgingen, meer tweeverdieners en bevroren minima; de grootste sprong kwam rond de Oort-operatie van 1990 met grote lastenverlichting voor werkenden. Binnen groepen bestaan grote variaties: ouderen kennen minder inkomensverschil dan jongeren, en werknemers minder dan zelfstandigen. Internationaal gezien blijft de Nederlandse inkomensongelijkheid relatief beperkt.