Palestijnse Amsterdammer Sliman (51): 'Ik zag een baby met mijn familienaam op de lijst van doden staan'
In dit artikel:
Sliman Abu Amara (51), directeur bedrijfsontwikkeling bij EY en Palestijnse Amsterdammer, deelt zijn persoonlijke ervaringen met de gevolgen van het Israëlische geweld in Gaza, waar zijn familie zwaar onder lijdt. Via zijn nicht Haneen Rezeq-Abu Amara, die een jaar geleden samen met haar gezin uit Gaza kon vluchten dankzij een crowdfundingactie, ontvangt hij nog steeds berichten over zijn achtergebleven familie. Haneen woont nu in Sydney, maar worstelt mentaal met eenzaamheid. Sliman kiest ervoor haar uitnodigingen te weigeren en geeft prioriteit aan financiële hulp aan familieleden in Gaza.
De familie in Gaza bevindt zich in erbarmelijke omstandigheden: ze verhuizen voortdurend en wonen in tenten in gebieden als Al-Mawasi en Khan Younis, waar huizen door Israëlische bombardementen zijn verwoest. Ze kampen met honger, uithongering en verslechterende gezondheid, mede door het ontbreken van voedsel en de hoge prijzen van ingeblikt eten. Door de blokkade is het bovendien vrijwel onmogelijk geld over te maken.
Van zeker 21 familieleden weet Sliman dat ze zijn omgekomen sinds het conflict uitbrak, maar de precieze omvang van het verlies is onduidelijk vanwege de chaos en het gebrek aan informatie. Het recente nieuws uit Nederland over het Israëlisch arresteren van opvarenden van het actieschip Madleen onderstreept voor hem de noodzaak van grotere acties, zoals honderden scheepsvloten, om aandacht te genereren voor de situatie in Gaza. Hoewel hij de massale demonstraties in Nederland waardeert, vreest hij dat het land uiteindelijk te weinig doet om op te komen voor rechtvaardigheid.
Slimans verhaal geeft een schrijnend beeld van de directe impact van het conflict op Palestijnse families in Gaza en onderstreept de frustratie en machteloosheid van betrokkenen in Nederland die ondanks hun middelen geconfronteerd worden met een uitzichtloze situatie.
Vandaag Inside: Gordon geeft dringend advies: ‘Doe het niet, het is levensgevaarlijk!’