Pakistaanse activisten zien Khamenei als verzetsheld
In dit artikel:
Islamabad, 11 maart 2026 — Jongeren in Pakistan reageren scherp op de Amerikaanse en Israëlische bombardementen op Iran en tonen diep wantrouwen tegenover het Westen. In gesprekken in Islamabad noemen activisten de aanvallen geen bevrijding maar het begin van instorting; zij zien in westerse militaire interventies een voortzetting van neo-imperialistische politiek waarbij grootmachten opnieuw over het lot van anderen beslissen.
Centraal in de lokale discussie staan jonge leiders als Zulfikar Ali Bhutto jr., kleinzoon van de voormalige Pakistaanse president, die Khamenei beschouwt als een tegenwicht tegen westerse arrogantie — zonder daarmee de binnenlandse mensenrechtenschendingen in Iran te vergoelijken. Bhutto jr., die openlijk queer is in een conservatieve samenleving, groeit uit tot een zichtbaar vertegenwoordiger van een activistische generatie die zowel kritiek op autoritaire regimes als afkeer van buitenlandse inmenging combineert.
Advocaat Seyda Kashmala vat de spanning samen: Iraniërs verwerpen het regime, maar zijn ook bang voor de gevolgen van buitenlandse daden die het land zouden kunnen vernietigen. Mensenrechtenactivist Gulelala Gilani plaatste uit religieuze solidariteit een foto van Khamenei op sociale media om verzet tegen de VS en Israël te tonen, waarbij ze benadrukt dat kritiek op Iran ook in Pakistan weerklinkt.
De verontwaardiging wordt deels ingegeven door historische herinneringen aan vermeende Amerikaanse inmenging in Pakistan — en aan de beeltenis van leiders die betaalden voor hun oppositie tegen westerse invloed. Die geschiedenis kleurt het huidige debat en verklaart de scepsis tegenover externe ‘oplossingen’.