Pakistaans christelijk echtpaar werd levend in fabrieksoven gegooid: rechter spreekt laatste veroordeelden vrij
In dit artikel:
Na ruim elf jaar komt een einde aan de rechtszaak over de moord op de Pakistaanse christenen Shama Bibi en Shahzad Masih. Het echtpaar werd in november 2014 in Kot Radha Kishan, in de provincie Punjab, door een menigte mishandeld en levend in de oven van een steenfabriek gegooid. Zij waren beschuldigd van het verbranden van koranpagina’s. Shama Bibi was vijf maanden zwanger; het paar liet drie kinderen achter.
Een antiterrorismerechtbank veroordeelde in 2016 vijf verdachten ter dood. Twee werden later vrijgesproken, waarna het hooggerechtshof in juli ook de doodstraffen van de drie andere mannen vernietigde. Volgens de schriftelijke motivering, die midden augustus werd gepubliceerd, is het geweld weliswaar schokkend en bruut, maar is er onvoldoende bewijs om de verdachten buiten redelijke twijfel schuldig te verklaren. De rechtbank wees onder meer op tegenstrijdigheden tussen de eerste aangifte en latere getuigenverklaringen. Ook herkenden ooggetuigen de hoofdverdachten later niet in de rechtszaal.
Mensenrechtenadvocaat Aneeqa Anthony noemt de zaak illustratief voor de gebrekkige vervolging van religieus gemotiveerd geweld in Pakistan. Beschuldigingen van godslastering leiden daar geregeld tot geweld tegen christenen en andere minderheden. Pakistan staat volgens Open Doors op de achtste plaats van de ranglijst van christenvervolging.
De Oranjezomer: Theo Janssen onder de indruk van Ajacied: 'Wij moeten héél blij zijn dat hij in Nederland speelt'