Padel minder populair in Drenthe? 'Dit was ons beste jaar'

woensdag, 29 april 2026 (10:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Padel blijft landelijk explosief groeien: volgens de KNLTB speelde in 2025 naar schatting zo’n 876.000 Nederlanders minimaal één keer padel, bijna zeven keer meer dan in 2020. Het aantal mensen dat maandelijks speelt steeg van ongeveer 350.000 in 2024 naar 424.000 in 2025. Veel tennisverenigingen hebben inmiddels banen aangelegd of plannen om uit te breiden, omdat padel toegankelijker is en op kleinere velden sneller “aan te leren” dan tennis.

Eén uitzondering in de cijfers was Drenthe: KNLTB-gegevens tonen dat het aantal maandelijkse spelers daar daalde van 11.252 in 2024 naar 5.815 in 2025. Die daling verbaasde lokale aanbieders en verenigingen. PadelMM (acht indoorbanen) zegt dat 2025 beter was dan het openingsjaar 2024; Norger Tennis meldt dat twee banen constant vol zitten en dat een derde baan dringend nodig is; Peakz Assen spreekt van normalisering na de hype maar verwacht blijvende goede bezetting. De Padel Academy Meppel meldt dat hun twaalf binnenbanen continu geboekt zijn en dat jeugdaanwas veel verenigingen juist doet groeien — padel wordt er gezien als een redding voor tennisclubs.

De KNLTB verklaart de ogenschijnlijke tegenstrijdigheid met een meetnuance: de registraties maken onderscheid tussen zeer sporadische spelers en mensen die maandelijks of vaker spelen. In 2024 zou in Drenthe veel eenmalig of incidenteel gespeeld zijn; dat aantal daalde in 2025, waardoor het aantal “maandelijkse spelers” als totaal terugliep. Tegelijkertijd nam in Drenthe het aantal banen toe van 88 naar 111 en groeide het aantal clubleden, wat volgens de bond wijst op meer actieve, regelmatige spelers.

Kortom: hoewel de maandelijkse deelnemerstatistiek voor Drenthe een sterke daling laat zien, wijzen plaatselijke aanbieders en aanvullende cijfers (meer banen, meer leden, volle lesroosters) erop dat padel in de provincie in toenemende mate verstevigt en dat de sport er nog steeds in de lift zit. De discrepantie komt vooral neer op verschillen in speelfrequentie en meetmethodiek.