Paddenstoelen doorstaan strenge vrieskou
In dit artikel:
Tijdens de recente winterstormen rond 14 januari 2026, met sneeuw en plaatselijk strenge vorst, vielen veel paddenstoelen onder een dik pak sneeuw en stonden ze dagenlang bloot aan vrieskou. Twee soorten blijken die omstandigheden verrassend goed te doorstaan: het Waaiertje (Schizophyllum commune) en het Plooivlieswaaiertje (Plicaturopsis crispa). Beide zijn nu massaal zichtbaar op dode stammen en takken van vooral loofbomen.
Het Waaiertje is een wijdverspreide, fotogenieke soort die slimme verdedigingsmechanismen heeft ontwikkeld tegen droogte en vorst. In de celwand maakt hij een complexe suikerverbinding (schizophyllan) die bevriezing tegengaat en bacteriën afschermt. De lamellen zijn overlangs gespleten, waardoor sporen in beschermde ruimten worden gevormd; bij droogte of koude sluiten die lamellen zich. Een behaarde bovenkant en lamellen vergroten die bescherming nog. S. commune groeit vooral op dode beuk-, berk-, eik- en populierstammen in droge zandbossen, wordt tot zo’n 4 cm groot en komt bijna overal ter wereld voor.
Het Plooivlieswaaiertje oogt fragiel maar heeft juist een groot herstelvermogen na vorst. Ook deze soort kan een vergelijkbare complexe suiker aanmaken. In zeer droge, koude periodes verschrompelt hij; bij hogere temperaturen en vochtigheid zwelt hij weer op en hervat hij de sporenproductie. De paddenstoel is klein (circa 2 cm), schelp- of waaiervormig met geribde plooien aan de onderzijde. Hij groeit in dichte groepen op onder meer berk, beuk en hazelaar in vochtige, voedselrijke bodems. Sinds de eerste vondst in Nederland in 1989 heeft P. crispa zich snel over vrijwel het hele land verspreid.
Bron: Paddenstoelenonderzoek Nederland; beeld: Ronald Morsink, Henk Huijser. Als houtrotters spelen beide soorten bovendien een belangrijke rol in de afbraak van dood hout en de kringloop van voedingsstoffen.