Paasvuren onder druk door regels: 'Hoe doseer je aantal kubieke meters snoeihout?'
In dit artikel:
Op eerste paasdag worden in Nederland traditioneel honderden paasvuren ontstoken, vooral in het oosten van het land (Overijssel, Groningen, Drenthe en Gelderland). Dit jaar vinden iets minder vuren plaats dan in voorgaande jaren, blijkt uit een rondgang van regionale omroepen en de NOS. Organisaties zetten zich er nog steeds voor in, maar de traditie staat onder druk door strengere regelgeving, hogere kosten en groeiend brandgevaar.
Sinds de invoering van de Omgevingswet (2024) moeten organisatoren veel meer voorwaarden vervullen: een evenementenvergunning van de gemeente, stikstofberekeningen voor de provincie, inzet van verkeersregelaars, EHBO- en brandweerpersoneel en bijbehorende betalingen. Die extra bureaucratie en kosten maken kleinere dorpsinitiatieven kwetsbaar; waar vroeger een vergunning soms 30 euro kostte, lopen de kosten nu in veel gevallen op naar enkele honderden euro’s. Dat is een van de redenen dat het bijna honderd jaar oude paasvuur in Huissen definitief stopt, en dat in Nieuw Roden plannen sneuvelden toen een locatie wegviel en een nieuwe aanvraag onder de nieuwe regels ontmoedigend bleek.
Organisatoren klagen ook over gedetailleerde eisen, zoals het moeten opgeven van het aantal kubieke meters snoeihout. Weersomstandigheden blijven een onvoorspelbare factor: vorig jaar werden veel vuren eerst afgelast vanwege droogte, waarna laat herstel door regen organisatorische problemen gaf.
Provincies proberen waar mogelijk ruimte te bieden: Drenthe noemt het vuur kwetsbaar maar wil de traditie ondersteunen en wijst op de erkenning als immaterieel erfgoed. In Gelderland geldt voor lang op dezelfde plek gehouden paasvuren tot 2030 geen extra vergunning of stikstofberekening. Desondanks blijven organisatorische lasten en veiligheidsrisico’s de belangrijkste knelpunten voor de toekomst van de paasvuren.