Overval in Kiel-Windeweer: Abel Prins vergeet het nooitÂ
In dit artikel:
In januari 1945 vertelt Abel Prins, opgegroeid in een Gronings dorp aan de Drentse grens, hoe een Duitse inval het gezin op scherp zette. Tijdens een razzia in hun boerderij werden de broers Arend en Fedde gezocht vanwege de Arbeidsdienst/Arbeidseinsatz; de familie had geleerd de Duitsers niet te haten maar ook niet te helpen. Toen de Duitsers binnenkwamen, namen ze hun vader mee om de zoons te dwingen zich te melden. Zijn dochter Janna ging naar Zuidlaren om naar hem te informeren; de autoriteiten verzekerden haar dat er goed voor hem gezorgd werd, maar de boerderij werd in beslag genomen en het gezin kreeg drie dagen om te vertrekken. Ze probeerden spullen en zelfs een pas geslacht varken snel in veiligheid te brengen.
Tot ieders verbazing keerde hun vader na drie dagen onverwacht terug: een hogere Duitse officier had hem vrijgelaten en gaf hem een avondvergunning. De broers doken eerst onder, keerden later terug, maar na een andere inval in Kiel-Windeweer waarbij een huisheer en drie onderduikers werden doodgeschoten en een woning in brand gestoken, besloot de moeder dat haar zonen niet meer buiten mensen in gevaar mochten brengen. Een timmerman bouwde een schuilplaats in de boerderij, zodat Arend en Fedde daar tot de bevrijding konden blijven. Dit verhaal is het slotdeel van een lezersserie over herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog.