Overlast eikenprocessierups stuk erger dan afgelopen jaren: 'Ze komen nu zelfs uit de grond'
In dit artikel:
De rust van de afgelopen jaren lijkt voorbij: het aantal eiken- en dennenprocessierupsen neemt weer duidelijk toe. Bioloog Arnold van Vliet van het Kenniscentrum Eikenprocessierups telde vorig jaar een verdrievoudiging van het aantal eikenprocessievlinders; in het noorden werden in sommige vallen meer dan twintig vlinders gevangen. Dat wijst volgens hem op een hoge plaagdruk dit seizoen.
Opvallend is dat veel nesten laag in bomen zitten, wat duidt op rupsen die in de grond in een verlengde rustfase (al in de vierde larvenfase, met brandhaartjes aanwezig) hebben verbleven en nu massaal naar buiten kruipen. Daardoor kunnen plekken waar begin van het jaar geen nesten werden gevonden nu toch zwaar besmet zijn; grondnesten zijn daardoor lastig te voorspellen.
De periode met de meeste overlast loopt nu en houdt naar verwachting tot ongeveer half juli aan; daarna verpoppen de rupsen en verdwijnen de meeste brandhaartjes. Nesten zelf blijven gevaarlijk: ze zitten overdag vol rupsen en bevatten duizenden brandhaartjes die niet vanzelf verdwijnen. Van Vliet waarschuwt mensen sterk om niet zelf met stofzuigers, vlammenwerpers of vergelijkbare methoden te knoeien — professionele verwijdering met beschermende kleding is nodig, anders verspreiden de haren zich en kan de overlast jarenlang aanhouden.
Mensen en dieren (met name paarden) kunnen last krijgen van hevige jeuk, huiduitslag en irritatie van ogen en luchtwegen; in ernstige gevallen moeten brandhaartjes operatief uit de ogen verwijderd worden. Het Kennisplatform houdt via monitoring de plaagdruk bij; inwoners kunnen helpen door nesten in twintig à dertig bomen te tellen en meldingen door te geven aan het kenniscentrum.