Overheids­informatie mogelijk toch niet verplicht op één centraal platform

vrijdag, 15 mei 2026 (12:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Het ministerie van Binnenlandse Zaken overweegt overheden tijdelijk te ontheffen van de verplichting om documenten via het landelijke portaal open.overheid.nl te publiceren. Dat staat in een concept-Kamerbrief die Follow the Money in handen kreeg. De achterliggende oorzaak is dat het centrale platform, dat sinds 2021 ontwikkeld wordt om te voldoen aan de Wet open overheid (Woo), steeds meer vertraging oploopt; BZK waarschuwt dat naleving via het centrale systeem mogelijk pas in 2029 haalbaar is.

Wat verandert het voorstel? In plaats van verplicht te publiceren op het nog niet-afgewerkte zoekportaal, zouden bestuursorganen de komende tijd hun belangrijke documenten (zoals vergunningen, rapporten en beleidsstukken) op eigen kanalen moeten publiceren — bijvoorbeeld gemeentelijke of provinciale websites. Overheden krijgen volgens de conceptbrief tot halverwege volgend jaar de gelegenheid om hun informatie op eigen kanalen vindbaar en openbaar te maken. Vanaf de tweede helft van 2027 zou iedere overheid zo’n eigen publicatiekanaal moeten hebben. De verplichting om het centrale portaal uiteindelijk te gaan gebruiken blijft overeind; het kabinet wil het project niet volledig stoppen en blijft investeren.

Waarom dit voorstel? BZK heeft advies gevolgd van het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI), dat eerder aangaf dat de overheid te afhankelijk is geworden van een omvangrijk ICT-project dat steeds niet afkomt. Het advies luidde om de ontwikkeling van het centrale portaal te pauzeren en te kiezen voor een gedecentraliseerde aanpak van 2027 af, zodat informatie sneller bij de bron beschikbaar komt. Ook koepels van decentrale overheden (VNG, IPO, Unie van Waterschappen) moedigen eigen publicatiekanalen aan.

Er bestaan inmiddels al alternatieven en marktinitiatieven. Het ministerie van VWS bouwde OpenVWS voor coronadocumentatie, de gemeente Amsterdam ontwikkelde Open Amsterdam, en het open source-platform oPub van CodeLabs bevat inmiddels meer dan twaalf miljoen overheidsdocumenten. Ter vergelijking: open.overheid.nl bevat volgens de conceptbrief nog ongeveer 670.000 documenten. Sinds 2021 is voor het centrale project minstens 28 miljoen euro uitgegeven en is 3,8 miljoen per jaar gereserveerd voor toekomstig beheer, wat meespelen in de keuze om het niet volledig te laten vallen.

Rechtsgeleerden en Woo-experts reageren gemengd. Annemarie Drahmann (Universiteit Utrecht) steunt loskoppeling op korte termijn: het centrale portaal is nuttig voor vindbaarheid en omdat burgers er rechten aan kunnen ontlenen, maar de huidige vertraging is problematisch. Tim Staal (SPOON) ziet waarde in een rijksbreed platform maar betwijfelt de meerwaarde van een verplicht centraal systeem voor álle overheden; hij pleit voor beperking van verplichtingen en ziet voorbeelden in bestaande decentrale platforms.

Belangrijkste afwegingen blijven transparantie en vindbaarheid versus praktische haalbaarheid. Het gedecentraliseerde tussenmodel kan korte termijn publicatie versnellen en voorkomen dat lokale overheden in afwachting niets publiceren, maar het risico bestaat dat informatie versnipperd raakt en publieke vindbaarheid deels afhankelijk wordt van marktpartijen. Het ministerie benadrukt daarom dat de overheid een blijvende, stevige rol wil houden om digitale soevereiniteit en continuïteit te waarborgen.