Overheid sloopt tóch vooral moderne, duurzame stallen met 'woest aantrek­kelijke' uitkoopregeling

vrijdag, 20 maart 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Een recent PBL-/WUR-rapport in opdracht van het ministerie van Landbouw laat zien dat de vrijwillige uitkoopregeling voor ongeveer 3.000 zogenaamde ‘piekbelasters’ vooral aantrekkelijk blijkt voor grotere, moderne bedrijven. De stallen van uitgekochte ondernemers zijn gemiddeld 24 jaar oud (bouwjaar gemiddeld 2000), tegen 38 jaar (bouwjaar 1987) bij niet-uitgekochte bedrijven. Dat verschil van bijna 14 jaar hangt samen met meer technische maatregelen in jongere stallen: de uitstoot per dier bij uitgekochte bedrijven ligt gemiddeld 37% lager dan bij achtergebleven bedrijven, terwijl uitgekochte bedrijven vaak wel relatief méér dieren houden.

De huidige opzet van de regeling bepaalt uitkoopbedragen aan de hand van marktwaarde van stallen en aantal dieren, niet op basis van daadwerkelijke uitstoot. Daardoor kunnen moderne, dure stallen met luchtwassers en andere investeringen—zelfs als ze verder van natuurgebieden staan—meer opleveren dan oudere stallen die dichter bij kwetsbare natuur liggen. De krant noemt als voorbeeld een grote piekbelaster bij de Veluwe die relatief weinig krijgt (circa €1 miljoen), terwijl andere bedrijven lager op de lijst voor veel hogere bedragen werden afgekocht.

Kritiek komt van wetenschappers en sectororganisaties. Hoogleraar Jan Willem Erisman noemde het een inefficiënte besteding van miljarden, die beter ingezet hadden kunnen worden voor sectorbrede hervormingen om stikstof te reduceren. PBL, WUR en RIVM waarschuwen bovendien dat de stikstofdoelen onder de huidige maatregelen ‘zeer onwaarschijnlijk’ gehaald zullen worden. Boerenorganisaties spreken van kapitaalvernietiging: innovatieve, kapitaalkrachtige bedrijven verdwijnen juist, terwijl oudere, minder duurzame stallen blijven staan.

Het ministerie heeft eerder ontkend dat de regeling vooral moderne bedrijven aantrekt en wijst erop dat ook vernieuwde bedrijven hoge depositie kunnen veroorzaken; verder stelt het dat EU-steunregels het lastig maken om onderscheid te maken tussen oude en nieuwe stallen. Politieke partijen in het kabinet (D66, VVD, CDA) willen bij toekomstige regelingen juist wel selecteren op verouderde bedrijven. Praktische gevolgen blijken ook uit individuele gevallen: een pluimveehouder met oude stallen kon van uitkoop na aftrek van belastingen en schulden nauwelijks leven, en verliest zijn bedrijfsinkomen.

Kortom: de uitkoopregeling leidt nu tot disproportionele uitkopen van relatief jonge, grote en technologische bedrijven, roept vragen op over kosteneffectiviteit voor natuurwinst en zet debat over toekomstige selectiecriteria en bredere landbouwhervormingen opnieuw op scherp.